10-01-14

Tegen verkiezingen (David Van Reybrouck) ****

Het vertrekpunt van dit essay is eenvoudig vatbaar. Er bestaan 2 criteria voor ‘macht’ (of eerder: ‘machtsuitoefening’): efficiëntie en legitimiteit. De meeste zelfverklaarde ‘democratieën’ vertoeven op beide gebieden in crisis. Verkozen machtshebbers worden niet meer gezien als garant voor een efficiënte(re) samenleving, en in de meeste gevallen wordt zelfs de grondslag van hun beslissingen regelmatig in vraag gesteld. Resultaat? Steeds minder mensen gaan stemmen (of, als ze dit moeten doen, brengen ze in toenemende mate een foertstem uit), en het stemvolk wordt in bijna voorspelbare mate wispelturiger in haar keuzes.

Dit is wat Van Reybrouck het ‘Democratisch vermoeidheidssyndroom’ noemt. En deze vermoeidheid komt eerst en vooral voort uit het feit dat we ‘democratie’ algemeen verwarren, of vereenzelvigen, met ‘verkiezingen’. (vandaar de arrogantie met dewelke we ‘verkiezingen’ opleggen aan naties die het Westen net heeft ‘gered’, met alle gevolgen vandien)

Nochtans zijn verkiezingen –zeker in relatie tot democratie- een relatief nieuw begrip in de geschiedenis. Wat we algemeen als de bakermat van onze democratie noemen –het Athene van de Griekse hoogdagen- was in wezen grotendeels op loting gebaseerd. Weliswaar een loting bij een kleine bevolkingsgroep, maar het had alleszins zijn voordelen. Zo was de ‘macht’ van beslissingnemers beperkt in tijd, waardoor ze minder geneigd waren ‘populaire’ beslissingen te nemen, en meer oog hadden voor de impact op langere termijn.

Wat de meesten onder ons wellicht niet wisten is dat dit systeem van ‘loting’ doorheen de geschiedenis de norm was in de democratische machtsuitoefening. In de XIII en XIVe eeuw hadden de stadstaten Venetië en Firenze bijvoorbeeld een –weliswaar compleet verschillend- systeem van loting om maatschappelijke beslissingen te nemen, in een zeer verfijnde wisselwerking met een systeem van verkiezingen.

Straffer nog: talrijke invloedrijke filosofen als Montesquieu en Rousseau waarschuwden ervoor dat het systeem van ‘verkiezingen’ feitelijk enkel de aristocratische elite te goede kwam. Rousseau noemde het de ‘Aristocratie élective’.

Het mag vreemd lijken dat er na de revoluties in de Verenigde Staten en Frankrijk geen sprake meer was van enige vorm van ‘loting’ in de nieuwe constituties van deze landen. In plaats daarvan stelden ze een representatie van het volk door een verkozen groep van ‘wijzen’ naar voren. Daar hadden de wetmakers een eigen reden voor die zich nogal makkelijk laat raden (wat konden zij er aan winnen?), maar het leidt tot een nogal bevreemdende conclusie: het is nooit het doel geweest om verkiezingen te gebruiken als democratisch instrument!

Hoe herwinnen we dan onze ‘democratie’? Verwelkom de ‘participatieve democratie’, waar het volk wordt uitgenodigd om rechtstreeks deel te nemen aan maatschappelijke beslissingen. Vreemd genoeg gebeurt dit reeds meer dan we misschien denken. In Texas (above all places!) werd een vorm van participatieve democratie toegepast om beslissingen te nemen over investeringen in windenergie; in Japan voor beslissingen over het pensioenstelsel, en in Ijsland voor het samenstellen van een nieuwe grondwet. Om maar enkele voorbeelden te noemen.

Ideaal is het niet, maar het is beter dan wat we tegenwoordig zo maar als ‘democratisch’ aannemen. Een meer gesofisticeerd systeem van ‘participatieve democratie’ zou –volgens Van Reybrouck- zich kunnen laten inspireren door het voorstel van Bouricius, een redelijk omslachtige vorm van volksinmenging in maatschappelijke beslissingen, maar die het ontegensprekelijke voordeel zou hebben om ‘zelflerend’ en evolutief te zijn (in tegenstelling tot ons rigide verkiezingssysteem van nu).

Conclusie? Vergis je niet: Van Reybrouck zegt niet dat we onze huidige verkiezingssysteem overboord moeten gooien en vervangen door een ‘loting-democratie’ (in die zin is de titel van het werk wat misleidend). Maar beide kunnen op verschillende manieren naast en met elkaar leven, en zouden ons veel dichter brengen naar een efficiënte, representatieve democratie.  Het grote voordeel van loting tegenover verkiezingen is tenslotte dat (dixit) ‘loting niet irrationeel is, het is arationeel’.

 

 

Of je het er nu met hem eens bent of niet (ik wel), wat zeker is is dat Van Reybrouck de stiel van het schrijven van essays tot een –moderne- kunst heeft verheven. ‘Tegen verkiezingen’ is een toonbeeld van hoe een gebalanceerd beeld kan samengaan met een uitgesproken mening. Een moeilijke evenwichtoefening, maar des te interessanter om te lezen. En zeker een waardevol uitgangspunt voor verdere discussie...

 

vdi9789023474593.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, Algemeen, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.