24-11-13

Memoires (Wilfried Martens) ***

Ik hoor nu reeds mijn vrienden schaterlachen. Ik een boek lezen over een CVP’er? 900 pagina’s over grijze muis Wilfried Martens dan nog wel??? Heb ik me dan laten vangen aan het modeverschijnsel dat Martens voor even is geworden na zijn plotse dood onlangs?

Feit is, Martens stond nagenoeg onafgebroken aan de leiding van ons land van mijn 11e tot mijn 24e levensjaar. Mijn ‘politieke bewustwording’ ontstond dus op een zekere manier onder zijn gesternte. Neem daarbij dat er in de jaren 80 naar ik mij meen te herinneren ontwikkelingen hebben plaatsgehad die nu nog steeds van invloed zijn, meer was niet nodig om mij ertoe te bewegen een exemplaar mee te nemen uit de bergen waar Lannoo sinds de dood van Martens de boekenwinkels mee overspoelde.

En, ik zal het maar meteen meegeven: het vormt werkelijk boeiende lectuur!

Over zijn jeugd en hoe deze een impact heeft gehad op zijn leven is Wilfried behoorlijk kort. Sowieso is doorheen het boek relatief weinig psychologisch inzicht te bekennen, maar dat stoort niet echt, de feiten zijn interessant genoeg.

Het begint feitelijk pas boeiend te worden met zijn speech als jongerenvoorzitter van de christendemocraten op de Ijzerbedevaart in 1958. Deze speech zou in de huidige context nogal radicaal overkomen –zelfs de NVA zou mee verbloemde termen gebruiken voor grosso modo dezelfde boodschap. Maar in Martens’ ogen was het ook broodnodig om harde taal te gebruiken. Wat op het spel stond was namelijk ‘het verdwijnen van het Vlaamse volk’ (dixit!).

Wat later, in een speech uit 1960, betoogt hij een visie over een nieuw federaal model voor België, waarin tevens reeds de contouren van de huidige problemen van ons federale bestel scherp worden gesteld –vooral de financiering van Brussel trekt hier, gezien de huidige context, nogal de aandacht (voor Martens zou Brussel onder ‘tutêle’ van de federale regering komen te staan).

Het beeld dat uit deze jonge Martens tevoorschijn komt is er een van een radicaal, zelfs in zekere mate van een progressist en een revolutionair. Tja, wie had gedacht dat ik ooit zoiets zou schrijven… Maar ook: Martens komt er uit als een man van één enkel idee, een visie over het federalisme dat hij met hart en ziel er door zal drukken. Hoewel dit niet volledig terecht is: begin jaren 70 ontpopt Wilfried zich zelfs als een groene jongen ‘avant la lettre’, vijf jaar voor het ontstaan van een groene partij in België!

Maar het wordt pas echt interessant wanneer Martens voor het eerst Eerste Minister wordt in 1979. De gebeurtenissen van zijn tijd als premier, de commentaren die hij geeft over zijn beslissingen uit die tijd, en de inzichten die hij eruit gepuurd heeft, vormen ontegensprekelijk elementen om de huidige Belgische toestand beter te begrijpen. Zo had ik steeds de indruk dat de ontsporingen van de Belgische publieke financiën onder zijn bewind vorm kregen. Volgens hemzelf vond de oorzaak veel eerder plaats. Zo verhoogde de regering in volle oliecrisis het gewicht van olie in de indexkorf, waardoor de lonen, die toen reeds geïndexeerd werden met de inflatie, in enkele luttele jaren met 35% stegen. De gevolgen hiervan dragen we nog steeds…

De passages over de devaluatie van 1982, de plaatsing van de raketten en de abortuswet lezen als ware politieke thrillers. Ok, ik overdrijf misschien, maar slechts een beetje. Maar ‘what goes up, …’, onvermijdelijk voelen we reeds de val komen. De held die van zijn aambeeld wordt gestoten, in de tragische gebeurtenissen van 1991-1992. Achtergelaten door vriend en vijand, opgeofferd aan de partijlogica. Vreemd is wel dat hij sommige protagonisten van zijn val bij naam noemt, terwijl hij over de rol van anderen (hoewel hij ze noemt) opmerkelijk vaag blijft. Vooral over de rol van Jean-Luc Dehaene, in wie hij sinds zijn begindagen een loyale en ongelofelijk belangrijke bondgenoot  vond, blijft een beetje hangen in een soort van diplomatische ‘flou artistique’. Pudeur, wellicht…

Het derde hoofdstuk (we zitten al over pagina 700) behandelt zijn jaren in Europa, als fractieleider in het Europees parlement en als voorzitter van de EVP, de Europese Volkspartij. Maar vreemd -en spijtig- genoeg beperkt Martens zich in de beschrijving van deze periode tot het functioneren van zijn Europese partij. Verwacht geen grote visies over internationale gebeurtenissen en evoluties. Wel interessant is zijn mening dat Europa nood heeft aan een groot project dat alle landen (en alle stromingen erin) terug op een lijn zouden krijgen, zoals de Euro bijvoorbeeld was. Wat dat groot project dan kan zijn, laat hij echter in het midden.

Het laatste hoofdstuk is eerder een samenraapsel van meningen en herinneringen. Niet allen even interessant, eerlijk gezegd. Wel interessant –in de huidige context zeker- is zijn analyse dat enkel de volmachten die zijn regering begin 1981 kreeg de saneringen van begin jaren 80 hebben mogelijk gemaakt. Tevens komen ontroerende passages over zijn (gehandicapte) zoon –wiens ziekte hij echter nergens vermeld, pudeur alweer- en over Koning Boudewijn, met wie hij toch een uitzonderlijke band moet hebben gehad.

De laatste woorden uit zijn memoires zijn enkel en alleen gewijd aan de toekomst van zijn Europese Volkspartij, terwijl dit juist de plek had moeten zijn om een brede maatschappelijke visie uit de doeken te doen, desnoods een filosofisch gemijmer over politiek en staatsmanschap. Maar het typeert de man wel, net als de rest van zijn mémoires: Martens was een man van één opdracht, in de nauwe zin van het woord. Maar die nauwheid hielp hem wel om grootse veranderingen teweeg te brengen…

 

Hm, toch razend boeiend allemaal, en het heeft me zelfs benieuwd gemaakt naar de memoires van die andere CVP coryfee Jean-Luc Dehaene. Mijn vrienden zullen lachen…

9200000021550431.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.