02-10-13

Odessa Star (Herman Koch) ***

Ik ben Herman Koch een beetje in omgekeerde volgorde aan het ontdekken. Net als de meerderheid van fervente litteratuurliefhebbers ben ik met het fantastische ‘Het Diner’ begonnen, om vol spanning te vervolgen met het  intrigerende ‘Zomerhuis met zwembad’, eveneens de moeite. Maar ik was benieuwd om even in zijn ‘oudere’ werk te pluizen, uit nieuwsgierigheid om een bepaalde evolutie te ontwaren, of misschien een bepaald patroon dat hij steevast zou hanteren en waarin hij doorheen zijn werk naar een nog niet nader gekend hoogtepunt zou streven.

Als start van mijn ontdekkingsreis door Koch’s oeuvre ben ik ‘Odessa star’ gaan lezen. Zonder enige vorm of begin van teleurstelling om s’mans talent.

Koch brengt in ‘Odessa star’ een personage in beeld dat hunkert naar een zin in het leven, naar een geruststelling als zou alles goed komen nu na het bereiken van een bepaalde leeftijd alles schijnt leeg te lopen. Maar, typisch Koch, in plaats van zelf actie te ondernemen om aan dit onvermijdelijk lot te ontkomen, verkiest de verteller om de oplossing voor zijn kwellingen uit te besteden. Makkelijkheid zo eigen aan onze zeitgeist. In die zin vormt het boek een beklijvende maatschappijkritiek, en feitelijk een kritische reflectie van onszelf: zouden we niet allen willen dat onze dagdagelijkse problemen op zo’n manier kunnen worden opgelost? Zeker wel.

Ook op gebied van stijl blijft Koch een voltreffer (zelfs in retrospectieve volgorde). Bijtend, grappig, cynisch, zonder ooit in platitudes te vervallen. Een tweetal voorbeelden:

(p104) “Even dacht ik dat Christine de hete koffie in mijn gezicht zou gooien. Iets in mezelf had er ook geen enkel bezwaar tegen om hete koffie in mijn gezicht te krijgen. Na het gooien van hete koffie worden etentjes doorgaans snel afgebeld.”

(p115) “De hond spitste zijn oren en hield zijn kop scheef, zoals honden doen wanneer je hun naam in één keer goed hebt, terwijl in de blik van mevrouw De Bilde vooral ontzetting te lezen was, alsof ik met het noemen van de naam van haar hond een grens had overschreven. Wanneer ik haar ergens zou hebben aangeraakt waar zij al honderd jaar niet meer was aangeraakt, zou zij net zo gekeken hebben, dacht ik, en kon een huivering niet onderdrukken. Ik had in ieder geval beider onverdeelde aandacht.”

 

Herman Koch gebruikt een vrij unieke mengeling van verfijndheid en botheid, een elegante vorm van cynisme. Ik blijf vooralsnog een grote fan.

1001004006174361.jpg 

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.