29-09-13

Joe Speedboot (Tommy Wieringa) *

Ook ik laat me in de keuze van boeken soms beïnvloeden door de mening van een mij onbekend publiek. De reacties op Wieringa’s ‘Joe Speedboot’ op de website van online retailers, alsook enkele hier en daar bijeengesprokkelde meningen, wekten alleszins mijn nieuwsgierigheid voor het boek. Volgende keer zal ik wat meer onderzoek moeten verrichten vrees ik.

Het verhaal zelf heeft niet veel om handen, al bij al is het ook redelijk bij de haren getrokken en kan het nergens echt overtuigen. Voor een korte inhoud verwijs ik best naar de officiële inleiding van het boek op BOL, daarmee weet je al voldoende over het verhaal, behalve dat het tergend vlak en inspiratieloos is.

Wat mij echter nog het meeste tegen de borst stoot is het taalgebruik van Wieringa, die hier en daar door zogenaamde critici zelfs als ‘taalvirtuoos’ wordt afgeschilderd. Welwel… niet dat ik zo’n kenner ben, maar neem bijvoorbeeld deze zin op pagina 86:

“Omdat hij de gewoonte had zijn snor te lotioneren en nu door Regina werd aangekleed als een tropische dandy, was hij in Lomark een wat typisch anachronisme dat verdwaald leek in een verkeerd werelddeel.”

Er valt veel over deze zin te zeggen, maar niet dat hij steek houdt. Wat moet ik me bijvoorbeeld voorstellen bij een ‘typisch’ anachronisme, laat staan bij een ‘atypische’? Kan een anachronisme verdwalen? Ten aanzien van wat ligt een werelddeel precies verkeerd? Een anachronisme heeft naar mijn weten overigens te maken met elementen die bij een bepaalde tijd behoren, naar een andere tijd over te hevelen, kan het feit dat er iemand raar aangekleed is dan een anachronisme zijn? Of komt zijn anachronistische eigenheid voort uit het feit dat hij zijn snor lotioneerde?

Of wat dacht u van deze volstrekt luchtledige zin: “In de oogkassen van Regina Ratzinger smeulde een aanklacht tegen een wereld waarin mensen verliezen waar ze het meest van houden.” (p 159)

Nog een? Hier lijkt de auteur zichzelf te verstrikken in de kronkels van zijn eigen verwarring: “De smaken hadden meer te maken met kleur dan met fruit, want ze waren allemaal even zoet en romig, met een kalkachtige afdronk.” (dus ze zijn meer kleurig dan fruitig omdat er zoet zijn?)

Nog een om het af te leren: “Ik keek naar hem vanuit een soort innerlijke verte, en zag iets dat ik nog nooit eerder had gezien bij iemand die ik verslagen had: vernedering.”

Nu goed, deze tekst wordt verkocht als ‘wordingsroman’ (hoe heet het in andere talen? ‘Roman initiatique’, ‘Bildungsroman’, en in het Engels? Iemand?). Dit feit op zich zou moeten aangeven dat het gericht is tot (aanstaande) pubers, mensen in een bepaalde fase van hun ontwikkeling waarvan vermoed wordt dat ze inspiratie of troost zouden kunnen halen uit verhalen van personages die ‘zoals hen’ zijn, of denken, of worden. Goed, daar heb ik misschien de leeftijd noch het geduld meer voor. Maar een wordingsroman schrijven betekent niet automatisch dat men puberaal hoeft te schrijven. De ‘zinloosheid van het bestaan’ is door anderen veel beter en leesbaarder beschreven. De drift naar het vinden van een ‘zin’ voor ‘het alles’, misschien nog beter of sterker. Dat dit in goede litteraire vorm kan worden gegoten, bewijst zonder twijfel de ultieme wordingsroman ‘Narziss & Goldmund’ van Herman Hesse, gezien dit werk wel aanduidt met welke keuzes elkeen van ons vroeg of laat zal worden geconfronteerd, en welke gevolgen onze daden onomkeerbaar met zich meebrengen.

 

De leegheid die wordt aangevoeld door een generatie beschrijven door een lege roman te gaan schrijven, is al te makkelijk. Het blijft leegte.

1001004010981538.jpg

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.