29-11-10

Sonate in Kreutzer (L. Tolstoi), Aan wie de schuld? (S. Tolstoi) ****

Ik ken eerlijk gezegd geen ander voorbeeld in de litteratuur, van hoe een vrouw van een schrijver zich genoodzaakt ziet om met een roman te antwoorden op een novelle van haar man.

Het is dan ook uitermate interessant beide in een zucht te lezen, en het is om dezelfde reden een lovenswaardig initiatief van de Franse uitgeverij Albin Michel om beide werken in eenzelfde boek te bundelen.

Maar de vraag waar ik bij aanvang van de ‘Sonate in Kreutzer’ mee zat was: staat er iets dermate schokkends in dat de vrouw van de schrijver er een antwoord op dient op te geven? Met andere woorden: vormt de ‘Sonate in Kreutzer’ van Leon Tolstoi een directe aanval op zijn vrouw?

Moeilijk in te schatten bij aanvang van de novelle. Leon schetst er een gesprek in een treinwagon, waar nogal scherp over zaken als liefde en huwelijk wordt gedebatteerd (‘[...] l’amour le plus sublime, le plus prétendument poétique, ne dépend pas de qualités morales, mais de la proximité physique, et aussi de la coiffure, de la couleur et de la coupe d’une robe’).

Een van de mannen in de wagon ontvouwt er zijn theorie dat huwelijken niets anders zijn dan een legale vorm van prostitutie. De man zou er enkel op uit over een masse vlees te beschikken om er zijn lusten op bot te vieren, en de enige functie van de vrouw bestaat eruit onderdanig te zijn aan deze lusten.

Op zich niet genoeg om een antwoord te behoeven –tenslotte laat Tolstoi hier een van zijn personnages spreken, het is niet noodzakelijk zijn stem die men hoort. Maar het verhaal gaat verder. Twee mannen blijven over in de coupé. Een ervan vertelt zijn levensverhaal, hoe hij in zijn jeugd schaamteloos vrouwenharten verroverde, tot hij zich laat vangen in de vasltrik van het huwelijk –om redenen die achteraf dan nog compleet foutief bleken te zijn. Al snel na zijn verloving wist de man al niet meer waarover te spreken met zijn aanstaande.

Ze huwen, krijgen vijf kinderen waarover de vrouw zich bijna obsessioneel ontfermt, als om te ontsnappen aan haar man. Op een dag komt een kennis van de man op bezoek, een beloftevolle violonist, die hij (doelbewust?) met aandrang aan zijn vrouw presenteert. Volgt een spiraal van jaloezie, scènes van woede en verzoeningen, groeiende gevoelens van twijfel en haat, die uiteindelijk culmineert in de moord van de vrouw.

Op haar sterfbed probeert de man zijn spijt te betuigen maar bijt ze hem toe: ‘je hebt nu wat je wilt’.

Mja, dit werpt al een ander beeld van wat Tolstoi met de novelle bedoelde, tenslotte zijn vele van zijn werken ook zedenstudies. In zekere zin toont hij de zwakheden van ‘de man’, zijn hypocriete houding jegens de vrouw en het instituut ‘huwelijk’. Maar anderzijds is hij niet eenduidig in het feit dat de man hier schuldig aan is, integendeel, hij laat de rol van de vrouw enigzins in het –schuldige- ongewisse.

En dit feit zette Sophie Tolstoi -de vrouw van- er wellicht toe aan een repliek te voorzien. Ze zou aantonen dat er wel zoiets bestaat als een ‘zuivere’, trouwe vrouw die alles opgeeft voor haar huwelijk.

In haar roman, die de treffende titel ‘Aan wie de schuld?’ meekreeg, beschrijft Sophie een jong, ietwat naïef maar intelligent meisje, die de keuze heeft tussen een jonge, idealistische student met wie ze haar intellectuele interesses deelt, en een tien jaar oudere prins, amateur-filosoof en rokkenjager.

Ze kiest uiteindelijk voor de prins, maar onmiddelijk na de verloving volgt de ontnuchtering. De prins interesseert zich helemaal niet meer in haar gesprekken, en ze is volledig ontredderd wanneer ze beseft dat zij niet de eerste liefde is in zijn leven. Het sterkste beeld uit de roman is wanneer het koppel na het huwelijksfeest uit de heldere, klare danszaal de koets instapt en een donker, koud bos in rijdt.

De vrouw heeft het moeilijk zich lichamelijk te geven aan haar man. Niettemin krijgen ze vier kinderen voor wie de vader geen enkele blijk van interesse vertoont. Door de desinteresse van haar man –alsmede door haar desillusie, begint de vrouw te verlelijken. Ze laat haar gaan .

De prins verveelt zich op het platteland en beslist de prins om met zijn gezin een paarmaanden in Moscow door te brengen. Daar ontpopt de vrouw zich tot perfecte, aantrekkelijke society-vrouw, wat de liefde –en de jaloezie- van haar man aanwakkert. Wat volgt lijkt sterk op wat er in ‘Sonate in Kreutzer’ afspeelt: oplopende jaloezie van de man afgewisseld met momenten van twijfel en –heel af en toe- huiselijk geluk. Ook in dit stuk komt een derde personnage de jaloezie van de man regelmatig aanwakkeren, maar doorheen de ogen van de vrouw –die hier veel meer aan bod komt- vormt dit slechts een onschuldige, platonische vorm van vriendschap tussen een man en een vrouw (de prinses mijmert ‘een vrouw geeft zich slechts aan één man. Als ze hem bedriegt is dat zijn eigen schuld’).

Ook hier krijgt de vrouw op het eind de doodssteek van haar man, maar hier vergeeft ze hem: ‘Het is niet jouw schuld, je kon niet verstaan waar liefde uit bestaat’. In die zin is het dus helemaal niet verazend dat Sophie zich geroepen voelde om de novelle van haar man te beantoorden, bijna in spiegelbeeld maar dan met inbegrip van een vrouwelijke visie over liefde en huwelijk: liefde kan ‘zuiver’ zijn, en men kan er soms voor kiezen om iemand lief te hebben (liefde kan ‘groeien’).

Het is me niet bekend of Leon een weerwoord heeft geschreven op de roman van zijn vrouw. Ik moet de chronologie van zijn werken nog eens nagaan, volgens mij is hij in zijn novelle ‘Het huiselijk geluk’ wat schatplichtig aan de roman van zijn vrouw... In ieder geval een aanrader.

 

 

 

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.