13-11-10

Over het lezen (Marcel Proust) ***

Deze tekst van Proust vormde oorspronkelijk een voorwoord voor een litteratuurkritisch boek van John Ruskin ‘Sesame and Lilies’. Het mag vreemd lijken dat de uitgever anno 1905 dit als voorwoord gebruikte, gezien Proust er aangeeft niet met Ruskin’s stellingen eens te zijn. Volgens Ruskin staat het lezen vrijwel gelijk aan een spirituele ervaring. Volgens Proust  daarentegen kan het lezen aanzet geven tot een spirituele ervaring, maar is het dat zèlf niet.

 

Misschien vormde deze onenigheid de aanleiding voor de uitgeverij Actes Sude om het voorwoord apart uit te geven. In ieder geval een geslaagde zet: de tekst komt volledig tot zijn recht, losgetrokken uit zijn rol als voorwoord.

In het eerste deel haalt Proust –hoe kan het ook anders?- herinneringen op aan zijn jeugd, met welke bedwelmende fascinatie hij elk verloren –of toegelaten- ogenblik gebruikte om zich hart en ziel over te geven aan het lezen. Pas laat komen we te weten dat al deze herinneringen gelinkt zijn aan de lectuur van een roman van Théophile Gautier.  

 

Gaandeweg ontwikkelt zich een filosofie van de lectuur, en van de esthetiek in het algemeen –ook weer typisch Proustiaans om zijn eigen leefwereld te toetsen aan een algemener kader, al zijn ze vaak in tegenstelling . Zo bijvoorbeeld wanneer hij de mode omschrijft om slaapkamers van kinderen vol te hangen met afdrukken van meesterwerken (wat we nu posters zouden noemen). Versieringen moesten in die zin ‘nuttig zijn ‘ dat ze een bepaalde smaak affirmeren.

 

Niet zo bij Proust: ‘[...] ma chambre n’était nullement belle, car elle était pleine de choses qui ne pouvaient servir à rien et qui dissimulaient pudiquement, jusqu’à en rendre l’usage extrêmement difficiles, celles qui servaient à quelque chose’.  Voor Proust is het juist stimulerend om de kamer vol te hangen met dingen die niet zijn smaak zijn, hij haalt er inspiratie, ja, zelfs een bepaalde drift uit.

 

Via deze persoonlijke herinneringen komt Proust tot zijn fundamentele kritiek op de stellingen van Ruskin, die onder meer stelt dat lectuur een mogelijkheid vormt om te communiceren met mensen die we in het ‘echte’ leven nooit zouden ontmoeten. Dit is makkelijk weerlegd: lectuur is geen ‘communicatie’ maar slechts een ontvangen van informatie. Hier wordt duidelijk waarom Proust zijn kritiek op Ruskin begon met eigen jeugdherinneringen: volgens hem dient het lezen om de wil, de nieuwsgierigheid aan te wekkeren (‘nous sentons très bien que notre sagesse commence là où celle de l’auteur finit’), en het is ook niet méér dan dat (‘La lecture est au seuil de la vie spirituelle, elle ne la constitue pas’).

 

De echte lezer leest om te veranderen, om gestimuleerd te worden, in tegenstelling tot de erudiet die leest om kennis te vergaren. Het wordt duidelijk dat Proust een zekere minachting koestert voor de laatste categorie (‘Son esprit sans activité originale ne sait pas isoler dans les livres la substance qui pourrait le rendre plus fort’).

 

… om te eindigen met de mooie gedachte dat het lezen alse en vriendschap is, maar dan zonder de nadelen ervan.

Een boekje om langzaam in je op te nemen en rustig te genieten van de nasmaak ervan.

 

 

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, cultuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.