14-08-10

De kunst van de roman (Milan Kundera) **

 

De zevental hoofdstukken uit ‘De kunst van de roman’ van Kundera vormen een bont geheel. Maar doorheen de verschillende thema’s die Kundera er behandelt verschijnt een precies gedefinieerde visie over de romankunst, kunst die hij overigens zelf met brio uitoefent. Het geheel biedt dan ook een knap zicht op de achtergronden van Kundera’s eigen werk, zelf al kost het wat moeite om een rode draad te vinden doorheen de hoofdstukken...

Kundera begint met de analyse van Husserl en diens visie over het begin van het verval van de maatschappij. De oorsprong van dit verval zou bij Descartes liggen, in wiens visie de mens niet meer centraal staat, maar wel de mechanische aspecten van de wereld, daarmee het begin van de Moderne Tijd inluidend waarin de mens in groeiende mate ‘zichzelf vergeet’ (‘l’oublie de l’être’).

Een beetje verrassend: voor Kundera staat niet alleen Descartes aan het begin van die Moderne Tijd, maar ook Cervantes, wiens Don Quichote als voorbeeld dient  voor de zoektocht naar dat ‘vergeten wezen’: de mens. In die zin lag Cervantes aan de basis voor een evolutie in de romanvorm, die nauw zou aansluiten met het tijdperk waarin ze ontstaat:

 

  • Cervantes/Diderot: bij deze schrijvers situeert Kundera de laatste grote avonturenromans, ongebonden door tijd of plaatsbeperkingen;
  • Balzac: de personnages zitten op de trein van de geschiedenis die ze onmogelijk kunnen verlaten, al kunnen ze op die trein nog betrekkelijk vrij bewegen;
  • Flaubert: de horizon vernauwt tot de omheining van een huis, de enige manier om die te verlaten is om te dromen;
  • Kafka: hoofdpersoon wordt niet eens meer toegestaan om te dromen, hij zit onherroepelijk in een val zonder enige mogelijkheid eruit te geraken.

 

Voilà. Op drie eeuwen romankunst zijn we geëvolueerd van ongebreidelde vrijheid naar een claustrofobische gevangenis. Bij Kafka aangekomen zit de relaiteit niet eens meer in de mens, maar in zijn ‘dossier’, dat dan nog eens fout blijkt te zijn. De situatie lijkt op drie eeuwen tijd volledig omgeslagen: in het Kafkaiaanse tijdperk komt eerst de straf, daarna pas het zoeken naar de misdaad...

Ander voorbeeld van die verandering: bij Tolstoj en Homerus had oorlog nog zin, was het ten strijde trekken nog een heldendaad, maar bij Haseks’ soldaat Chvéïk gekomen merken we dat mensen naar de oorlog gaan zonder te weten waarom, zelf zonder enigzins interesse te vertonen in de oorlog waarin ze verwikkeld zijn geraakt.

Met deze voorbeelden wil Kundera aantonen dat de roman als kunstvorm zeker nog zin heeft (stelt die vraag zich dan, vraag ik me af?): in een wereld die meer en meer de mans standardiseert, of uniformiseert, moet de roman de complexiteit van de wereld terug in eer herstellen, alternatieven bieden voor de comformiteit. Wellicht daarom dat in Kundera’s romans de psychologie van de ‘ik’ zo centraal staat –zoals hij zelf aantoont in het tweede hoofdstuk.

Het derde hoofdstuk is volledig gewijd aan de roman ‘De slaapwandelaars’ van Broch. Mij voor de rest volledig onbekend, maar Kundera toont in zijn analyse aan hoe in de trilogie van Broch een nieuwe visie over de mens wordt ontwikkeld, wat dan weer nieuwe mogelijkheden gaf aan de roman als kunstvorm.Bij Broch wordt de mens gedreven door symbolen eerder dan door ratio of door de kennis van zijn omgeving. Kundera brengt dit in relatie met de passage uit Anna Karenina van Tolstoj, waarin Anna paddestoelen gaat plukken met haar vermeende minnaar. De pluk draait op niets anders dan gefrustreerde pogingen te communiceren, zonder erin te slagen. Uit de innerlijke monoloog van Anna blijkt dat ze nergens een beslissing neemt, maar dat de beslissing (om te zwijgen?) haar wordt ‘opgelegd’. De monoloog toont –voor het eerst in de romangeschiedenis, aldus Kundera- hoe een onlogische, irrationele redenering tot ‘toevallige impulsen’ leiden die uiteindelijk de grondslag vormen van ons handelen.

Het is echter in de twee interviews in het boek dat Kundera zijn idee over de ‘romankunst’ het beste toelicht. Zijn romans worden gebouwd op twee niveau’s: het verhaal en de thema’s. Als de roman de thema’s verlaat om enkel het verhaal te vertellen wordt hij plat en wezenloos. Anderzijds kan een thema perfect apart behandeld worden binnenin een verhaal (zoals bijvoorbeeld zijn analyse van de kitch in ‘De ondraaglijke lichtheid van het bestaan’).

De thema’s zijn vaak existentiële vragen die met een bepaalde regelmaat aan bod komen, als noten in een partituur van de componist Janacek: ontdaan van alle fiorituren. Vandaar ook het specifieke rythme in de meeste romans van Kundera.

Vandaar ook de specifieke strcutuur van zijn romans, die hij ‘elleptisch’ noemt, en die de complexiteit van de Moderne Wereld moet aantonen. De structuur laat een ‘polymorfe’ narratieve toon toe: verschillende verhaallijnen en stijlen doorkruisen er elkaar, terwijl het verhaal recht naar de kern gaat.

 

Toegegeven, het is geen lectuur die iedereen zal bevallen, maar niettemin razend interessant voor de liefhebbers van Kundera’s werk.


Op e-Bay is er blijkbaar een Nederlandstalige versie te koop voor 7.5 euro (uitgeverij Ambo): klik hier voor zover de aanbieding nog niet verlopen is...

In het Frans en het Engels is de roman nog te koop bij Amazon:

 

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.