25-07-10

Een ideale bibliotheek (Herman Hesse) ***

In mijn twintiger jaren was Herman Hesse mijn litteraire held. Narzis en Goldmund, Siddharta, Gertrude en vooral Peter Kaminzind, ze hebben ongetwijfeld bijgedragen tot mijn eigen wording. Jaren daarna heb ik De Steppenwolf en een paar van zijn meer esoterische werken zoals ‘Een reis naar het Oosten’ gelezen. Die konden me wat minder bekoren. Wellicht zijn deze werken al iets te belerend voor een man van dertig die zelf niet geheel avontuurloos door het leven is gegaan.

 

 

Niettemin, omwille van het belang die hij in mijn vroege volwassenbestaan heeft gehad, blijf ik een speciale genegenheid koesteren voor Hesse. Daarom ook dat ik mijn oog liet vallen op diens ‘Een ideale bibliotheek’ die onlangs terug in het Frans is uitgegegeven bij Rivage.

 

 

De man was uiterst belezen, al relativeert hij van meet af aan het belang van deze belezenheid (vandaar ook de titel : EEN ideale bibliotheek): ‘Loin de tendre à une fin quelconque, la véritable culture, comme toute aspiration à la perfection, porte en elle son propre sens’. Hij hekelt de mensen die lezen om ‘cultuur te vergaren’, alsmede de mensen die lezen uit puur vermaak. Volgens hem heeft het lezen geen andere bedoeling dan het bijdragen tot de wording van de mens. In die zin is het ook niet belangrijk hoeveel men leest, en is elke lezerservaring een eigen, onnavolgbaar parcours.

 

 

In het eerste deel omschrijft Hesse de basis van elke bibliotheek. Ik vond het verrassend dat hij de basis van elke littertuur legt in de vroege religieuze teksten, de Bijbel, De Tao, de gesprekken van Confusius, een keuze uit de Upanishads en de Babylonische Gilgamesh. Volgens Hesse vormen deze teksten de fundamenten van alle litteratuur, aangezien ze reeds alle frustraties, alle kennis van s’mens gebreken en alle fundamentele zoeken naar verlichting omhelzen. Geen vermelding van het Tibetaanse Boek der Doden, noch de Egyptische. Maar bon, na zijn opsomming geeft Hesse zelf aan dat de lijst noch exhaustief, noch ‘juist’ is.

 

 

Volgt dus een beargumenteerde opsomming van de grootste werken uit de wereldlitteratuur, van de Westerse klassiekers tot de Duitse voorgangers van Hesse. De lijst is redelijk voorspelbaar, het zijn de kleine bemerkingen van Hesse die er de charme van uitmaken (Zola minderwaardig aan Balzac? Je hoeft het er niet automatisch met Hesse eens te zijn).

 

 

Hesse is overigens de zoveelste auteur waar ik respect voor heb, die vindt dat Don Quichote van Cervantès het absolute meesterwerk van de wereldlitteratuur is. Het werk stijgt dan ook een paar plaatsen op mijn leeslijst. Nieuw op mijn leeslijst –na het lezen van Hesse’s bevindingen- zijn de werken van Luther. Niet meteen het meest sympathieke personnage in mijn ogen, maar volgens Hesse een absoluut meester in eruditie en stijl.

 

 

Op het eind van de opsomming geeft Hesse grif toe dat een dergelijke bibliotheek tè ideaal zou zijn, te onpersoonlijk. Om het te vervollodigen met elke lezer naast deze klassiekers een eigen, volstrekt eigenzinnige passie ontwikkelen. Voor Hesse zelf was het de Duiste litteratuur van de XVIIIe eeuw (niet meteen mijn ding) en later de Indische Bagavad-gîtà, dankzij dewelke hij vertrouwd raakte met de Aziatische variatie op ‘het Alles’ en via dewelke hij uiteindelijk bij de Chinese klassieke litteratuur terechtkwam.

 

 

Wat Hesse zo sterk waardeert in de Indische en Chinese litteratuur is het feit dat natuur en geest, spiritualiteit en het alledaagse leven er samenkomen zonder ooit tegenstrijdig te zijn. Er is nochtans een groot verschil tussen de Indische en Chinese litteratuur: ‘Si la sagesse ascétique de l’Inde a quelque chose de juvénile et de puritain dans la radicalité de ses exigences, la sagesse chinoise est celle d’un homme éprouvé, intelligent et non dénué d’humour, un homme que l’expérience n’a pas déçu et que l’intelligence n’a pas rendu frivole.’

 

 

De rest van het boek bestaat uit kortere artikels die dieper ingaan op de staat van lezer- en schrijverschap. Er staan mooie stukken in over waarom een auteur geen beroep uitoefent –tenzij hij in opdracht van zijn uitgever schrijft- en waarom met moet lezen uit een diepere noodzaak om te veranderen, in plaats van zich te vermaken of cultuur op te doen. Er staat onder meer ook een heel mooie brief van Hesse aan een jongere dichter die zijn mening wou over zijn werk, waarin Hesse in zeer voorzichtige maar klare taal aangeeft waarom hij het werk van de jonge dichter gewoonweg niet kan beoordelen.

 

 

Nodeloos alle mooie gedachten op te sommen die Hesse aan deze analyze besteedt. Maar de mooiste in mijn ogen, en deze die het meeste op mijzelf van toepassing is, zo lijkt me, is wanneer hij stelt dat een ‘bevrijde’ lezer niet noodzakelijk leest maar ‘baadt in een zee van suggesties die het boek hem influistert’.

 

 

Klik hier om het boek te kopen (Frans)

 

Gepost door Frederic De Meyer in Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.