18-04-10

Het Oog (Vlamimir Nabokov)

Neen, ik laat me niet inpalmen door de nieuwe hetse rond Nabokov, gedreven door zijn posthuum uitgegeven ‘Het origineel van Laura’. Het feit dat het boek bestaat uit losse aantekeningen, en dat hij het zelf niet wou publiceren, lijken me redenen genoeg om het werk links te laten liggen. Tenslotte heeft de man nog zoveel moois achtergelaten, dat wel afgewerkt is en waar hij wel trots genoeg op was om te laten uitgeven.

Neen, de werkelijke reden waarvoor ik naar Nabokov teruggrijp is om het feit dat ik een aantal lezingen die hij gaf over de grote romans uit de wereldgeschiedenis, aan het doornemen ben. Hierover echter meer in mijn volgende blogs.

Ter afwisseling van deze lezingen beslis ik het werk van de man zelf nog eens ter hand te nemen. Ik begin met ‘Het oog’, een novelle die hij oorspronkelijk in 1930 schreef, in een fraaie uitgave van De Bezige Bij uit 1992.

De verteller in deze novelle is een jonge, naar Berlijn geïmmigreerde Rus, die wordt aangeworven als leermeester voor twee jongens uit een welgestelde Russische familie. De man wordt de minnaar van een Russin, wiens jaloerse echtgenoot, wanneer hij erachter komt, hem voor de ogen van de twee jongens een serieus pak slaag geeft. De verteller is zodanig geschokt door dit voorval dat hij het huis verlaat en een kamertje huurt in destad teneinde zich een kogel door het hoofd te schieten.

Hij wordt wakker in de zekerheid dat hij dood is, en dat alles wat er zich vanaf dan afspeelt de vrucht is van zijn verbeelding. In deze –voor de lezer- onzekere staat komt hij in een ‘kring ‘ terecht rond een aantal onscherp afgelijnde hoofdpersonnages: de knappe Warja, haar zuster en diens man, een Kolonel Moechin die uiteindelijk de verloofde wordt van Warja, een Roman Bogdanovitz, een mysterieuze maar duidelijk onbetrouwbare Smoerov, en ten slotte de paranoïde boekhandelaar Weinstock.

Rond deze personnages breidt zich een mengelmoes aan conflicten en onderlinge relaties, waarbij de verteller (‘het oog’) duidelijk een rol speelt, hoe onduidelijk deze ook is. Naarmate de novelle vordert laat Nabokov wel meer en meer hints los over hoe de vork precies in de steel zit, om met een verrassende wending de finale duidelijkheid te geven.

Het geheel vormt een heerlijk frisse klucht. Met wervelende situaties en een knap gebruik van zijn personnages (in zijn voorwoord verwijst Nabokov naar hoe de verschillende standen en ‘types’ van de Russische maatschappij zorgeloos worden ‘bijeengeveegd’ eenmaal ze zich in ballingschap groeperen) schets Nabokov het beeld als zou de mens enkel bestaan doorheen de reflectie die het krijgt van en uit andere mensen. De licht scizofrene hoofdpersoon is er namelijk voortdurend naar op zoek precies te weten wat de anderen van hem denken, teneinde zichzelf een identiteit te kunnen verlenen.

Maar wellicht legt Nobokov in zijn voorwoord het beste uit waar de novelle om draait –zonder het plot te verklappen-: “Het thema van ‘Het Oog’ is het volgen van een spoor dat de hoofdpersoon door een hel van spiegels voert en eindigt in het samengaan van twee identieke beelden”.

...een knap staaltje meesterschap.

nabokov 1

<-->

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.