29-03-10

Amerikaan in Parijs (Ernest Hemingway)

De 21-jarige Hemingway in Parijs ? Dat moet vuurwerk geven, orgieën van drank en uitspattingen allerhande, gekruid met verfijnde analyses van het Parijs van de jaren ’20.

Niets van. Hemingway trakteert ons op wezenloze theevisites, droge bibliotheekbezoeken en van het Parijs van de jaren ’20 vernemen we niet veel meer dan de opsomming van de straatnamen uit zijn onmiddellijke omgeving. Dit alles met een naïeve, bijna kinderlijke ondertoon die niet hoeft onder te doen aan een ‘Catcher in the Rye’.

In zekere zin wel charmant dus, maar geen werk dat lang blijft nazinderen.

Dat kan ook aan het taalgebruik liggen, en wat dat betreft ben ik er nog niet aan uit of het aan de vertaling ligt, of aan mankementen die inherent aan Hemingway toe te schrijven zijn. Heb ik mij tenslotte niet een drietal keer aan zijn ‘Old man and the sea’ gewaagd –in een Franse vertaling -, zonder ooit pagina 30 bereikt te hebben? Misschien ben ik nog niet oud genoeg...

Of het aan de vertaling ligt of niet, het boek bezondigt zich in bijna elke alinea aan een ongepaste reeks van opsommingen, steevast aaneengereigd met het wansmakelijke bindmiddel ‘en’.

Een voorbeeldje:

(p 39) ‘Maar ze was prettig en charmant en gastvrij en achter haar, tot het plafond en tot in de achterkamer die op de binnenplaats van het gebouw uitzag, waren planken en nog eens planken vol met de rijkdom van haar bibliotheek’. Geeuw.

Dat kan nog aan de vertaling liggen, maar de beeldspraak die hier en daar wordt gebruikt kan enkel van Hemingway zelf komen, neem ik aan, en ook daar hapert een en ander, zo bijvoorbeeld wanneer hij Gertrude Stein, met wie hij af en toe gesprekken voerde, omschrijft: ‘Miss Stein was erg flink maar niet lang en had de zware bouw van een boerin’, of nog: ‘ze was aldoor aan het woord en in het begin ging het over mensen en plaatsen’.

Tja...

Nog een voorbeeld? Op een bepaald ogenblik bezoekt Hemingway een bibliotheek. Aan de muren hangen afbeeldingenen foto’s van litteraire meesters, wat Hemingway tot de geïnspireerde gedachte brengt: ‘zelfs de doden zagen eruit alsof ze echt eens geleefd hadden’.

Ik neem aan dat het geen foto’s betrof van de lijken van die schrijvers, dus het feit dat ze eruit zagen alsof ze nog leefden is vrij aannemelijk... diep, diep...

Er staan nog parels van onzin in, maar soms ontaarden die in niet te begrijpen taal. Wat moet men met de zin (p31) ‘Ze wilde weten de vrolijke kant van de wereld horen.’ Staat er letterlijk. Herlees gerust een paar keer, mocht u het begrijpen gelieve een boodschap achter te laten...

Het kan niet enkel aan de vertaling liggen. Demijmeringen van Hemingway overstijgen nooit het zeeniveau, ondanks de setting (lees wat Walter Bejamin en zoveel anderen over het Parijs van die tijd schreven), en ondanks zijn jeugdige leeftijd (want dat is geen excuus, integendeel).

Een voorbeeld, wanneer hij het heeft over het nochtans zo inspirerende onderwerp van de inspiratieloosheid van een schrijver: (p20) ‘Ik ging dan over de daken van Parijs staan uitkijken en dacht: Maak je geen zorgen. Je hebt altijd kunnen schrijven en nu zul je ook weer schrijven. Het enige dat je te doen hebt is één echte zin te schrijven. Schrijf de echtste zin die je weet. En tenslotte schreef ik dan een echte zin en ging dan van die zin uit verder.’ Geeuw geeuw.

Mocht u zich naar de boekhandel reppen teneinde in het boek de definitie te vinden voor een ‘echte zin’, laat staan voor een ‘echtste zin’, dan bent u eraan voor de moeite.

Ter verdediging, Hemingway is zich duidelijk bewust van zijn beperkingen als schrijver, zo bijvoorbeeld wanneer hij geconfronteerd wordt met de schilderijen van Cézanne: (p21) ‘Ik leerde iets van het schilderen van Cézanne, dat het schrijven van eenvoudige echte zinnen allesbehalve voldoende maakte om aan de verhalen de dimensies te geven die ik er probeer in te leggen’.

Mja, hou dan op met schrijven, zou de logica gebieden...

Ik staak het lezen op pagina 44, voorgoed genezen van de drang om het werk van Hemingway te ontdekken. Ongenietbare litteratuur is slecht voor de bloedsomloop.

(PS: ik heb het boek gelezen in de editie Meulenhoff/De Volkskrant, vertaald door ene A.J.G. Strengholt’s)

hemingway amerikaan in parijs

<-->

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

Commentaren

Deze kritiek over het boek, en de persoon Hemingway,is totaal ongepast en kort door de bocht. Als u niet graag een vertaling leest, probeer dan de originele versie. Los daarvan geeft dit boek een interessante kijk op het leven van de jonge Hemingway die aan het begin van zijn carrière staat. Ik kan begrijpen dat u niet houdt van zijn schrijfstijl maar dat doet niets af van de documentaire waarde van het boek. En plus is zijn modernistische stijl een groot voorbeeld geweest voor vele andere schrijvers. U bent ook niet verder geraakt dan bldz 44. Tja... dan heeft u de beste passages(die met Fitzgerald niet gelezen) niet gelezen. Misschien moet men om Hemingway te begrijpen niet teveel in vakjes denken en gewoon meegaan in zijn leefwereld die helemaal niet gaat over hoe parijs er uitzag maar juist over wat men met dat parijs doet. Trouwens de laatste bldz van het boek is een van de mooiste en interessantste dingen die ooit over liefde zijn geschreven. Maar daar moet je natuurlijkeerzt de liefde voor gekend hebben.

Gepost door: simon | 20-07-13

De commentaren zijn gesloten.