03-01-10

Kortere werken van André Gide (Isabelle, La symphonie pastorale, ...)

Ik profiteer van de Kerstvakantie om een vijftal werken van Gide die ik nog niet had gelezen, door te nemen – waarmee ik zijn volledige prozaïsche oeuvre, op ‘Les caves du Vatican’ en ‘Thésée’ na, zal ‘kennen’; zijn journaal doorblader ik geregeld, zijn ‘La porte étroite’ wil ik nog eens lezen, op zoek naar enkele uitdrukkingen die ik bij de eerste lezing helaas niet heb genoteerd maar die me wel zijn bijgebleven (tja, zo’n freak ben ik dus), zijn theatrale werk laat me relatief koud wegens teveel variaties op klassieke thema’s waar ik onvoldoende mee vertrouwd ben.

‘Isabelle’ komt –voor wie Gide’s stijl genegen is- een beetje over als een koude douche. Geen trefzekere bevindingen hier, geen scherpzinnige introspecties, geen graven in de diepere zielswendingen.

Een student gaat voor een week bij een familie logeren op een afgelegen domein, omdat er zich zeldzame teksten zouden bevinden van de Franse schrijver-filosoof Bossuet, over wie de jongeman een thesis schrijft. De familie waarin hij terechtkomt is nogal vreemd, maar de saaiheid van hun leven overtroeft vooreerst de nieuwsgierigheid naar de achtergronden van zijn gastheren. Hij beslist zijn verblijf vroegtijdig af te sluiten, maar op dat ogenblik –ô fataliteit- toont de kleinzoon van de eigenaars hem een medaillon met het portret van zijn moeder –die slechts sporadisch op bezoek komt, en dan meestal ‘s nachts. De student wordt op slag verliefd op het portret, en, nieuwsgierig naar de achtergrond van haar verhaal, verlengt hij terstond zijn verblijf teneinde een glimp te kunnen opvangen van de moeder –Isabelle, die hij uiteindelijk in nogal vreemde omstandigheden komt te aanschouwen.

Een jaar nadien krijgt hij een brief van de kleinzoon, waarin de dood van zijn grootouders en oom en tante wordt gemeld (die samen met hem in het kasteel woonden), met de aankondiging dat het domein wordt verkocht door de erfgename Isabelle. Gedreven door zijn nauwelijks verminderde verliefdheid –en nieuwsgierigheid- keert de student terug naar de streek, waar hij Isabelle eindelijk te spreken krijgt en haar verhaal –haar bekentenis- aanhoort.

Dat verhaal zal ik hier niet ‘verklappen’, hoewel wellicht weinige lezers van deze recensie het verhaal ooit zullen lezen. Belangrijkste is dat het hier om een evolutieschets gaat: de jonge, idealistische en levensvreemde student die verliefd wordt op een portret, en er bij het vernemen van de harde, banale realiteit achter het mysterie zijn ideologische opvattingen samen met zijn verliefdheid verliest.

Het thema past bij Gide, de manier van het te behandelen allerminst. Hijzelf was niet echt tevreden over dit werk –zo verneem ik uit de nota’s die aan de collectie van de ‘Pléiades’ haar werkelijke toegevoegde waarde verleent. ‘Isabelle’ maakte deel uit van een poging tot ontspanning tussen twee veeleisende werken door (‘La porte étroite’ en ‘les faux monayeurs’), een testje om te zien of hij nog een klassiek opgebouwd verhaal kon schrijven.

‘La symphonie pastorale’ is dan wèl een typische zedenschets van Gide: de pastoor die een arm blind weesmeisje opvangt in zijn gezin dat reeds zes kinderen telt, en die haar opvoedt tot een volgroeide, rijpe vrouw, tot grote ontsteltenis van zijn vrouw die hem –terecht- doet opmerken dat hij meer tijd en liefde investeert in de blinde dan in zijn bloedeigen kinderen. Hij analyseert vlijmscherp de groeiende jaloezie van zijn vrouw, die nochtans als enige de juiste nuchtere vaststelling maakt dat de pastoor verliefd is op het blinde meisje. De evolutie van het bewustzijnsproces van de pastoor –die zelfs zover gaat dat hij jaloers wordt op zijn oudste zoon, die het meisje ten huwelijk wil vragen- loopt dramatisch af.

Maar dat is niet de essentie. Een en ander wordt duidelijk als men de nota’s leest uit de Pléiade-uitgave. Daar staat onder meer in dat de oorspronkelijke werktitel van het werk ‘De blinde’ was, wat duidelijk wijst op het feit dat het de blindheid is van de pastoor, diens ontkenning van zijn eigen toestand, diens worstelen tussen emoties en plicht, tussen wat zijn aangeleerde moraal hem gebiedt te doen en de gedempte liefde die hem als natuurlijk wordt opgedrongen, waarop Gide de aandacht wilde vestigen.

Dit doet hij met brio, weliswaar, maar ook hier mis ik de doordrongenheid van Gide’s gedachten, alsof hij zich, net als in ‘Isabelle’ verplichtte tot een oefening in het creëren van een ‘normale’ roman, of tenminste in het vervaardigen ervan (mja, in zekere zin zag Gide het romanschrijven als een ‘stiel’, en het feit dat hij er zo weinig van heeft geschreven is een aanwijzing voor het respect dat de taak hem afdwong, of voor het inzien van zijn eigen beperkingen).

De drie andere werken die ik heb gelezen vormen samen een vreemde opeenvolging, een ‘triptiek’:

In ‘L’école des femmes’ (‘de school voor vrouwen’… ‘de vrouwenschool’ zou mooier ogen maar helemaal de lading niet dekken) stuurt een vrouw een dagboek van haar moeder naar Gide, met de vraag deze te publiceren. Het dagboek beslaat 2 delen. In het eerste beschrijft de moeder in een ietwat naïeve taal haar groeiende liefde voor haar toekomstige man, hoe welbespraakt, intellectueel verrijkend en zedig hij is, en wat voor impact deze kwaliteiten hebben op haar prille vorming. In het tweede deel verhaalt ze –twintig jaar na hun huwelijk- haar teleurstelling in diezelfde man, hoe zijn inconsequente gedrag en zijn hypocriete betrachting een zedig leven te leiden, haar hem langzamerhand heeft doen haten. Uit deze haat puurt ze een vorm van feminisme avant-la-lettre, het inspireert haar tot een autonoom denken –helemaal niet vanzelfsprekend voor een vrouw in dat tijdperk (prille 1900), waarin vrouwen werden geacht de echo te zijn van de gedachten van hun man.

‘Robert’ is een brief die de man in kwestie tot Gide richt na diens publiceren van ‘L’école de femmes’. Daarin is eerder een uitleg dan een rechtvaardiging te vinden voor het gedrag van de man, maar het is duidelijk een toonbeeld van de heersende moraal jegens vrouwen in het ‘interbellum’-tijdperk. De gedragingen van de man worden er met zijn getuigenis niet mooier door, maar de betichting van inconsequentie die zijn vrouw hem toeschreef, vervagen ietwat. De man twijfelt aan zichzelf, waardoor hij inconsequent voorkomt, maar niet aan de gegrondheid van de heersende moraal –en dito plichten van ‘de vrouw’ (‘wees dom en doe het huishouden’, zo kan men het min of meer samenvatten).

Geneviève, ou la confidence inachevée, is dan weer een brief van de dochter van Robert en Evelyne uit de twee vorige werken. Het komt als een bevestiging van het dagboek van Evelyne, haar moeder, en het verderzetten van haar evolutie naar autonomie –wel, dat van alle vrouwen, uit zijn journaal blijkt dat dat Gide’s uiteindelijk zijn bedoeling was met dit werk. Het vormt een knappe psychologische studie over hoe de eerste aanzet van een moeder kan leiden tot een veel verdere vorm van vrijheidsstreven bij de dochter.

Niettemin, de vijf werken zijn geen schoolvoorbeelden voor Gide’s schrijverstalenten (in tegenstelling tot Palude; Le voyage d’Urien; La Porte Etroite; L’immoraliste; … ) enkel voor die-hard fans dus.

 

André-Gide

<-->

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.