22-11-09

Nietzsche (Stefan Zweig)

tzonderlijk waagt Stefan Zweig zich niet aan een volwaardige biografie van zijn onderwerp. Het mag verbazen, gezien het vuur en de hartstocht met dewelke hij ‘het geval’ Nietzsche verdedigt. Anderzijds, door in een ‘essay’-mode zeer specifieke facetten van Niezsche aan te kaarten, bekomt Zweig alvast een versterkend effect voor zijn argumenten.

Het eerste deel wijdt Zweig aan de effecten die de ziekte en de onophoudelijke pijn had op Nietzsche’s gedachten en diens oeuvre. Slotsom is dat de pijn bevrijdend zou werken : ‘Grâce à elle [de pijn], la vie est devenue, pour lui, non pas une routine, mais un renouvellement, une découverte’. Zijn lijden zou een vruchtbare grond vormen voor zijn –prille- denken.

Interessanter wordt het wanneer Zweig Nietzsche begint te vergelijken met andere ‘grote’ figuren –iets dat hij doorheen het hele werk veelvuldig doet.

Vooreerst maakt hij de vergelijking met andere Duitse filosofen, de Kants, Hegels, Schilles en Schopenhauers van de wereld, voor wie de zoektocht naar kennis en waarheid niets anders is dan het creëren van een systeem, een orde, waarin ze zich gaan nestelen als in een huwelijk, en waar ze ondanks de twijfels en dwalingen trouw aan zouden blijven. Hoe anders bij Nietzsche, voor wie diezelfde zoektocht deel uitmaakt van een duivelse, allesinpalmende passie:

C’est une passion tremblente, à l’haleine brûlante, avide et nerveuse, qui ne se satisfait et ne s’épuise jamais, qui ne s’arrête à aucun résultat et poursuit au-delà de toutes les réponses son questionnement impatient et rétif.

Kant, Hegel, … branden als kaarsen : enkel ‘van boven’, in de hersenen, daar waar Nietzsche’s hele lichaam en ziel in lichterlaaie staan. In vergelijking met anderen is Nietzsche een echte ‘vrije’ denker. ‘un philosophe utilise et consomme des convictions’ –een filosoof houdt zich niet aan een principe, hij evolueert, spreekt zichzelf tegen, lééft. Niet verbazend dat vele ‘denkers’ uit zijn tijd een vreemd voorgevoel hadden omtrent dit fenomeen, en besloten hem volstrekt te negeren.

Op zijn élan verdergaand noemt hij Nietzsche de ‘Don Juan’ van de kennis: het is de ontevredenheid, de onkunde om op een overwinning te vegeteren, het langzaam te verteren, die beide kunstenaars drijven, die hen voortdurend op zoek doen gaan naar het volgende avontuur, moge die vleselijk of intellectueel zijn.

Nietzsche’s ziekte had blijkbaar te maken met een ‘hypergevoeligheid’ voor de klimatologische (en bijgevolg algemene) omstandigheden waarin hij vertoeft. Net als Stendhal, maar met meer vuur dan hem. Net als Dostoïevski, maar met meer waarheidsgetrouwheid, minder zin voor overdrijving, dan deze laatste.

Deze gevoeligheid doet hem naar het Zuiden reizen –Italië- waar hij als het ware ‘verlicht’ wordt in de meest letterlijke zin van het woord. Anders dan de Italiaanse reis van Goethe –deze laatste kwam ervan terug naar zijn thuisland, naar zijn vrienden- leerde Nietzsche uit deze reis dat hij geen thuisland meer had, dat hij nergens meer aan verbonden was. Het vervolledigde het ‘vrijheidsbewustzijn’ van Nietzsche. Daar waar Goethe in zijn Italiaanse reis voornamelijk onder de grond keek –op zoek naar oude kennis en geschiedenis- keek Nietzsche er voornamelijk naar de hemel en de lucht –op zoek naar verlichting en toekomst.

De ‘verlichting’ die Nietzsche op zijn Italiaanse reis ervaarde, vergelijkt Zweig met die van Van Gogh wanneer deze naar de Provence trok: de bijna metafysische confrontatie met het overvloedige, klare licht die zeervaarden heeft hun gevoeligheden, zij die uit het grijze Noorden kwamen, bij manier van spreken overweldigd. Niet echt verbazend dat beide een gelijkaardig lot werd toebedeeld.

(noot aan mezelf: het zou interessant zijn de Italiaanse reizen van een Goethe, Stendhal en Chateaubriand naast elkaar te leggen, voor zover dat nog niet werd gedaan)

Nietzsche maakte feitelijk een evolutie mee die, in vergelijking met die van de meeste mensen, omgekeerd verloopt: naarmate hij leerde, naarmate hij ouder werd, werd zijn denken chaotischer, minder gestructureerd, daar waar bij de meeste denkers de zekerheden en de structuur met de ouderdom juist vaster worden, meer vorm krijgen. In een zekere zin maakt dat hem volgens Zweig juist zo intrigerend, en zo leerzaam, zo universeel ook: ‘Seul la démesure permet à l’humanité de connaître sa mesure’.

…een indringend portret van een van de meest litteraire van alle filosofen…

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.