26-10-09

Balzac (Stefan Zweig)

Ik kende de historische biografieën van Stefan Zweig, en hier en daar heb ik wat kortere essays over grote schrijvers –Dostoïevsky, Rilke, Balzac zelf, etc- uit zijn hand bijeengesprokkeld. Het is pas in Zweig’s ‘De Wereld van Gisteren’ dat ik zijn plan vernam om een groot werk, in twee of drie delen, aan Balzac te besteden.

Ik wist echter niet dat hij dat plan –al was het slechts gedeeltelijk- ook had uitgevoerd. Maar ik had het weliswaar eerder kunnen weten, in boekenwinkels hou ik steeds halt aan de ‘Z’ van de afdeling vertaalde litteratuur en –tenminste in de Franstalige boekenwinkels- is de kans groot dat het werk er ligt.

Mijn verwarring was echter terecht: het werk dat in ‘De Wereld van Gisteren’ werd aangekondigd is, tenminste naar Zweigse standaarden, niet geheel ‘af’. Er bestaan nogal wat onevenwichten doorheen de hoofdstukken, Zweig valt er geregeld in herhaling, en ook de psychologische diepgang –het handelsmerk van Zweigs’ biografieën- ontbreekt naarmate het werk vordert. Een beetje alsof Zweig reeds te vermoeid was om zijn laatste werk te voltooien, zelfs al betrof het wat zijn meesterwerk moest worden.

Niettemin beschouwde hij het als ‘af’. De laatste drukproef bestempelde hij ‘klaar voor uitgeven’, wat voor hem gelijk stond aan het feit dat het alsdusdanig kon worden gepubliceerd.

Het kan niet anders of Zweig moest, bij het schrijven van de woorden ‘klaar voor uitgeven’, moegetergd en gedesilusioneerd, in ballingschap in het verre Brazilië, reeds de beslissing hebben genomen om uit het leven te stappen. Het geeft een dubbele gelaagdheid aan zijn biografie van Balzac, voor wie hij een immense bewondering had (hij noemt hem onverminderd ‘het genie van de eeuw’).

Ik bedoel: laat me wel wezen, het blijft een uiterst instructieve en diepgaande biografie, en helemaal niet gespaand van psychologische diepgang. Maar de steekjes die Zweig laat vallen –in vergelijking tot de andere biografieën (Fouché, Magellan, Marie Stuart, Erasmus, ...)- in wat voor hem zijn magnus opus moest worden, zijn op zich ontroerend, in het licht van zijn nakende dramatische einde.

Hij had, volgens zijn uitgever en vriend Friedenthal, nogtans stof genoeg verzameld voor het tweede deel van zijn biografie, dat de periode onmiddellijk na de dood van Balzac zou beslaan en het onder andere zou hebben over hoe zijn vrouw, de adelijke Hanska, haar fortuin (niet dat van Balzac, want die had hij niet) zou verliezen in een soort van Balzaciaanse driftbui. Mocht dit waar zijn zou dit een Balzaciaanse roman op zichzelf zijn, een ‘verwerkelijking’ of ‘verwezenlijking’ van een roman, iets waar hij in zijn eigen leven naar leek te ijveren.

Op dit punt gekomen moet ik wellicht een korte samenvatting geven van de biografie. Maar ik aarzel: heeft het wel nut om een biografie –op zich een moeilijke samenvatting van een heel mensenleven- te gaan samenvatten ? A fortiriori een biografie over zo’n complexe persoonlijkheid als Balzac ? En a fortifortiriori een biografie van de hand van de grootmeester, Zweig, zelf ?

Een kort verslagje als deze kan slechts gebrekkig uitleggen hoe Balzac enkel en alleen bestaat uit zijn werk, en waarom dit gegeven verklaart waarom hij in het ‘echte leven’ –wanneer hij niet schreef- een nogal extravagante, exhuberante en irrationele indruk achter liet. Balzac leek niet geschapen voor het echte leven, of voor zijn ambities erin, hoewel hij in zijn personnages een perfect begrip ervan kon aantonen. Dat is wat Zweig de ‘contradictie van Balzac’ noemt.

Heel vaak maakte Balzac zich belachelijk, in zijn wansmakelijke gedweep met de aristocratie, in zijn keuze voor kitcherige apparaat en luxe, in zijn soms wat vreemde verhouding tot vrouwen en minaressen (‘il n’y a que le dernier amour d’une femme qui satisfasse le premier d’un homme’) en –niet in het minst- in zijn bizarre investeringen en speculaties, waarmee hij zijn hopeloos oplopende schulden in één keer dacht te kunnen aflossen, maar die in werkelijkheid danig misliepen dat ze zijn schuldenberg nog meer aandikten.

Feitelijk moet je het andersom draaien: zijn echte leven was wanneer hij schreef, in het vaste –onmenselijke- tempo dat hij zich oplegde en met alle passie, geestdrift en drijfkracht die hem kenmerkten. Zijn frivole, onaangepaste optreden in het sociale leven vat Zweig misschien het beste samen wanneer hij schrijft:

C’est une loi de la vie que les hommes, et même les natures les plus géniales, ne mettent pas leur fierté là où se trouve leur valeur véritable, mais qu’ils veulent en imposer, être admirés et honorés pour des choses de bien moins de prix et beaucoup plus faciles”.

(vrije vertaling fdm) “Het is een wetmatigheid in het leven van de mens, zelfs de meest geniale, dat hij zijn trots niet haalt daar waar zijn werkelijke waarde ligt, maar indruk willen maken, bewonderd en geëerd wilt worden voor zaken die veel minder belangrijk en veel gemakkelijker zijn”.

In ieder geval heb ik mijn leeslijstje Balzac klaar staan voor het komende jaar:

- Scènes de la vie privée

- Physiologie du mariage

- Peau de Chagrin

- Les illusions perdues

- La cousinne Bette

- Le cousin Pons

...naast de werken die reeds op mijn lijstje stonden: ‘Le père Goriot’, ‘Le colonel Chabert’, ‘Eugénie Grandet’ en ‘La recherche de l’absolut’.

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.