02-09-09

Les terrasses de l'ile d'Elbe (Jean Giono)

Tijdens mijn recente verblijf in Saas Fee heb ik naast Martin du Gard (zie vorige blogpost), een tweede -voor mij- onbekende schrijver meegenomen: Jean Giono.

Van deze nam ik een selectie artikelen mee die hij in de jaren Zestig als ‘vrije tribune’ in een magazine hield. Een beetje zoals de Humo dat heeft, vermoed ik –het is ondertussen een paar jaar geleden dat ik Humo nog heb gelezen-, met dat verschil dat hier een litterair talent aan het woord is.

Hoe verbazend fris en actueel zijn deze opiniestukken gebleven ! Giono behandelt er allerhande onderwerpen, maar gaandeweg lijkt er toch een rode draad in te zitten: een fundamentele argwaan tegen de onnatuurlijke moderne drift naar vooruitgang. Giono is echter geen reactionair, hij wil niet terug naar vroegere tijden en is zeker geen tegenstander van vernieuwing, maar met een subtiele humor waarschuwt hij voor de gevaren van de vooruitgang en toont hij aan dat wat wij voor vernieuwing aanzien vaak een feitelijke achteruitgang inhoudt.

Zo bijvoorbeeld wanneer hij in het eerste stuk de evolutie nagaat van de lucifer naar de eerste aanstekers –onhandige dingen waar men uren aan moest prutsen om steentjes van te vervangen, of waarvan het navullen ronduit een gevaarlijke bezigheid was. De klassieke aanstekers moesten dan plaats ruimen voor de wegwerpbriquets, die uiteindelijk qua functionaliteit de oorspronkelijke lucifers heel dicht benaderen. Het onderwerp wordt licht en verteerbaar behandeld, ondanks het diepzinnige karakter ervan.

Een ander voorbeeld vormt het stuk ‘le sport’ waarin hij de hele hetse rond de sport –voetbal en atletiek op kop, bandend actueel dus op het ogenblik dat ik dit post- in het belachelijke trekt, vooral in vergelijking met jonge, ongetrainde soldaten die dagen aan een stuk marcheerden van veldslag naar veldslag. Giono was zelf soldaat in de eerste wereldoorlog, hij heeft recht op spreken.

In ‘La machine’ relativeert hij het belang van de technologische ontwikkeling. Hij poneert er zelfs de gedachte dat de auto baas geworden is over de mens –en ons in grote stadia opsluit om er wat vermaak te hebben, alvorens alweer bezit van ons te nemen.

Giono ontpopt zich ook als een groene jongen avant la lettre: hij verdedigt zijn hobbie om in het wilde weg boomjes te planten –passie die hij van zijn vader heeft geërft-, en toont als reactie op een lezersbrief aan dat ‘groen zijn’ niets heeft te maken met de sociale ‘klasse’ waartoe men behoort –hijzelf komt uit een arm vakmansmilieu. Het is gewoon een keuze, een hygiëne waar geen excuus voor geldt om het niet te respecteren.

Het stukje ‘l’Orgeuil’ bevat wellicht de beste verwoording van wat Giono oppert: vooruitgang heeft enkel nut wanneer er een ‘plafond’ aan gegeven wordt, vooruitgang om vooruitgang brengt niemand vooruit.

Allemaal merkwaardig actueel, voor iets dat in de prille jaren 60 werd geschreven. Het maakt me benieuwd Giono’s romans.


giono 2

Klik hier om het werk te kopen: Les terrasses de l'île d'Elbe

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.