25-08-09

De vernietiging van een hart (Stefan Zweig)

Op reis in Zwitserland heb ik nog twee novelles van Stefan Zweig gelezen: ‘La Destruction d’un Coeur’ (De vernietiging van een hart) en ‘Le jeu dangereux’ (Het gevaarlijke spel).

 

In ‘De vernietiging van een hart’ gaat Zweig na hoe een man die heel zijn leven hard heeft gewerkt om zijn vrouw en dochter een comfortabel leven te schenken, en daaruit rotsvaste overtuigingen en principes heeft gepuurd, door een ongelukkige gebeurtenis al zijn opvattingen in twijfels ziet vervallen.

 

De familie is op hotel in een niet nader genoemde vakantieoord, wanneer midden in een slapeloze nacht de vader door de gangen dwaalt en zijn achtienjarige dochter een onbekende kamer ziet uitgaan. Zijn leven wankelt, zijn zekerheden verdampen. De twijfel begint haar corroderende werk, de man begint in te zien dat hij voor de twee vrouwen niets anders betekent dan een kostwinning. De man wordt nors en onverschillig, laat de twee vrouwen achter en keert terug naar huis.

 

Hij kijgt een hartaanval en moet worden geopereerd. Voor de operatie geeft hij al zijn geld uit aan liefdadigheidswerken. De dochter komt hem na de operatie opzoeken –ze weet nog steeds niet dat hij haar die nacht heeft betrapt en dat dàt het begin was van zijn werkelijke kwaal- maar hij jaagt haar weg, voordat hij alleen in zijn kamer sterft.

 

De novelle is geen meesterwerk, noch op het gebied van de verhaallijn, noch op het gebied van beelden en emoties die hij oproept, maar het is een uiterst evenwichtig gecomponeerde karakterstudie, een schets van hoe het lot van een man door soms banale geberutenissen wordt gevormd. Of, zoals Zweig het in de eerste paragraaf aangeeft:

 

 [...] de même qu’une maladie ne commence pas avec son diagnostic, de même le sort d’un homme ne commence pas au moment où il devient visible, et où il se réalise. ”

 

(vrij vertaald : “net zoals een ziekte niet begint wanneer het wordt vastgesteld, zo ook neemt het lot van een man geen aanvang op het ogenblik dat het zichtbaar wordt, dat het wordt bewerkstelligd”. )

 

 

In de tweede novelle ‘Het gevaarlijke spel’ voert Zweig ons naar een hotel op de heuvels van het Como-meer, waar hij op een avondlijke wandeling in gesprek geraakt met een oude excentrieke Engelsman. Deze vertelt hem een verhaal waarvan hij van Zweig wil vernemen of het stof zou kunnen zijn voor een roman.

 

De Engelsman vertelt hoe een jaar voordien in hetzelfde hotel een jonge Engelse juffrouw hem was opgevallen door haar bleekheid en triestheid. Hij beslist een experiment uit te voeren en schrijft de jonge vrouw een anonieme liefdesbrief. Deze brief geeft kenbaar een impact op haar –ze begint kleur te krijgen-, hij beslist het experiment verder te zetten en schrijft haar elke dag.

 

Hij volgt haar tijdens een wandeling (doet het iemand denken aan ‘Dood In Venetië’ van Thomas Mann?) en ziet hoe haar vurig zoekende ogen deze van een jonge Italiaan kruisen die net uit een boot kwam gestapt. In zijn volgende brief doet hij zich voor als die jonge man, die toegeeft dat de anonieme brieven van zijn hand waren.

 

Dit heeft echter niet het verhoopte effect. Na de brief te hebben gelezen verschijnt de jonge vrouw lijksbleek en een zenuwinzinking nabij. Pas later leert de Engelsman de reden daarvoor: de jonge vrouw moest diezelfde dag naar Engeland terugkeren.

 

Terug naar het gesprek tussen de Engelsman en Zweig, waarop de eerste hem nogmaals vraagt of dit geen stof is voor een roman. Zweig stemt in, maar voegt eraan toe dat het verhaal niet af is, dat het pas een beginpunt is. En het is niet de personnage van de jonge vrouw, noch die van de Italiaan, die hij een vervolg zou geven, maar wel die van de anonieme brievenschrijver.

 

(samengevat en vrij vertaald:) “Ik zou de oude man wat verder uitdiepen, beschrijven hoe iets dat als spel begon, ernstiger wordt. Hoe de man eerst dacht meester te zijn van het spel, terwijl het spel zelf zich reeds meester had gemaakt over hem. Ik zou gefascineerd gadeslaan hoe het spel bij de oude man omslaat in eenzelfde soort verliefdheid als bij een puber, want beide voelen zich gedreven door onnatuurlijke krachten. Ik zou mijn personnage angst en bezorgdheid influisteren, hij zou op zoek gaan naar de jonge dame maar zou haar niet durven aanspreken. Ik zou er wellicht van uit gaan dat de oude man naar dezelfde plek terugkomt in de hoop er haar terug te zien, om als het ware het lot te tarten.”

 

Hoe juist Zweig’s analyse was blijkt uit de geschokte reactie van de Engelsman. Hij neemt beleefd maar kort afscheid, waarop Zweig mijmerend over dergelijke ontmoetingen zijn wandeling langs het water verderzet.

 

Het mooie aan deze novelle is dat het niet enkel een knap voorbeeld vormt van Zweig’s inzichten in de psychologische drijfveren van de mens –iets wat in zijn historische biografieën zo veelvuldig naar voor komt- maar dat het tevens inzicht verschaft in hoe hij als romanschrijver te werk gaat: nooit de meest voor de hand liggende personnages toelichten, maar net deze personnages uitdiepen waarvan de beweegredenen iets moeilijker in te schatten zijn, om aldus aan een roman meer kleur, meer diepgang te verschaffen. Een dubbele portie Zweig, als het ware...

 

zweig 1

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.