05-08-09

La vendetta / La paix du ménage (Balzac)

Dat Balzac’s oeuvre nogal inegaal is hoeft, gezien de omvang ervan, niet te verbazen. Sommige stukken uit ‘La comédie humaine’ werden dan ook enkel als broodwinning geschreven. Andere –ongetwijfeld de beste- zijn uit zuivere scheppingsdrang geschreven, uit een diep in de scheppende ziel genestelde levensdrift.

De twee laatste werken die ik lees uit het eerste deel van Balzac’s verzamelde werken in de collectie La Pléiade, vormen een uitstekend voorbeeld voor deze wisselvalligheid.

‘La Vendetta’ begint met de beschrijving van een Corsicaanse familie Piomba –ouders en dochter - die in Parijs de bescherming van Bonaparte opzoeken. Ze zijn uit Corsica gevlucht nadat de vader de hele familie Porta had uitgemoord, als vergelding voor de moord die zij op zijn zoon hadden gepleegd.

Jaren later vinden we de dochter Ginerva terug in een atelier waar jonge dames van zowel adel als burgerij schilderles krijgen van een befaamde kunstenaar. Het gezelschap is zowat een microcosmos voor wat er in Frankrijk plaatsvind –Napoleon is gevallen en de Bourbons komen terug aan de macht. Ginerva wordt verstoten door de kliek adelijke juffrouwen en komt ergens in een uithoek van het atelier terecht, bij een kamertje waar een officier van Napoleon verborgen is. De juffrouw ontdekt de soldaat en beide worden verliefd op elkaar.

Wanneer ze echter de soldaat als haar toekomstige man voorstelt aan haar vader, blijkt dat hij een Porta is, laatste telg uit de familie waar de Piomba’s een vendetta mee voeren. De vader verwerpt zijn dochter, die toch met de soldaat trouwt en van kwaad naar erger bijna onmerkbaar in de ergste armoede tuimelt (‘La Pauvreté se montra tout d’un coup, non pas hideuse, mais vêtue simplement, et presque douce à supporter’). Ze sterft op het ogenblik dat haar vader beslist haar genade te schenken.

Dit rechtoe-rechtaan verhaaltje blinkt niet uit in originaliteit of vernuft, noch in de verhaallijn, noch op het gebied van taalgebruik.

Hoe anders is het in ‘La paix du ménage’ ! Na een leerrijk overzicht van de heersende moraal van de eerste decennia van de negentiende eeuw - de onweerstaandbare aantrekkingskracht die militairen uitoefenden op de dames; de ongebrijdelde drang naar luxe waar zelfs mannen zich met de duurste diamanten bekleedden- brengt Balzac ons naar een bal waar de hele high society zich lijkt te bevinden. Twee mannen merken er een mooi meisje op die verdrietig en somber in een uithoek van de zaal zit. Ze maken een weddenschap voor wie het eerst met het meisje zou dansen.

Wat volgt is een wervelwind van intriges, jaloezieën, achterbaks gefluister en subtiele gesprekken. Het verhaal, de dialogen, tot zelfs de zinnen die Balzac zorgvuldig en geduldig opbouwt, lijken zich op de kadans van een wals te bewegen; en net als een jonge dame tijdens een wals in de armen van een officier in een staat van lichte dronkenschap wordt gevoerd, zo voert Balzac ons dronken met het rythme van de ruimtes waar hij ons brengt, de manier waarop de personnages rond elkaar bewegen en de elegantie van de gesprekken die ze voeren.

Een ‘grand cru’ Balzac dus... op naar deel 2 van zijn volledige werken...

balzac T1


Klik hier voor de werken van Balzac in de collectie Pléiade: Balzac oeuvres complètes

 

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.