27-07-09

La bourse (Balzac)

Een probeerseltje, een opwarmertje voor het grotere werk, meer kun je dit niet noemen, hoewel de tekst zoals gebruikelijk bij Balzac vol taalkundige spitsvondigheden zit.

Een jonge succesvolle kunstenaar valt flauw in zijn atelier. Hij wordt gered door zijn twee buurvrouwen, een barones en haar dochter, voor wie hij al snel amoureuze gevoelens koestert. Deze gevoelens worden beantwoord door het jonge meisje. De twee dames leven in vrij armzalige omstandigheden en worden elke avond bezocht door een oude admiraal die bij het kaarten steeds 40 frank kwijt speelt aan de oude vrouw.

Het kantelmoment komt wanneer hij op een avond zijn beurs (in de zin van portefeuille) bij de twee dames vergeet. Wanneer hij die terugvraagt lijken de dames van niets te weten. Zijn argwaan wordt gewekt, de twijfels beginnen hun corroderende werk. Deze worden nog versterkt wanneer hij een vriend over zijn liefde vertelt. De vriend lacht hem uit en beweert –al spoedig bijgetreden door andere vrienden- dat hij reeds ‘in relatie’ was met de juffrouw.

De puzzelstukken vallen in elkaar: het armoedig bestaan van de vrouwen, de admiraal die elke avond veertig frank lichter wordt gemaakt, de diefstal van de beurs,... de kunstenaar wordt verscheurd tussen de bewijslasten, de vermoedens, en zijn naïeve, zuivere liefde voor Adelaïde. Wanneer hij na acht dagen van stilzwijgende afwezigheid toch terug de dames bezoekt en hij weer eens verliest bij het kaarten, stopt Adelaïde onhandig een nieuwe, zelfgebrodeerde beurs in de handen van de schilder. Deze begrijpt terstond zijn vergissing, zijn geliefde had hem de beurs ontvreemd om het te vervangen door een liefdevol zelfgemaakt exemplaar.

In ware veaudeville-traditie bevinden alle protaginisten zich in de ruimte om het stuk te sluiten in algehele opluchting.

Het verhaal is flinterdun, zoals ik al zei, Balzac wendt het meer aan om zijn taalmeesterschap in nieuwe bochten te wringen, er ongekende pennestreken mee uit te proberen. Een heel mooi voorbeeld betreft het ogenblik waarop de schilder voor het eerst de oude admiraal en zijn gezel bij de dames ziet binenkomen, en hun kledij beschrijft:

‘ Agé d’environ soixante ans, le premier portait un de ces habits inventés, je crois, pour Louis XVIII, alors régnan, et dans lesquels le problème vestimental le plus difficile fut résolu par un tailleur qui devraît être immortel. Cet artiste connaissait, à coup sûr, l’art des transitions, qui fût tout le génie de ce temps si politiquement mobile. N’est-ce pas un bien rare mérite que de savoir juger son époque ?

Balzac weeft probleemloos een connectie tussen de kledij van de man en de politieke context van zijn tijd. En lijkt zichzelf een compliment te willen geven door te stellen dat het een zeldzame gave is om zijn tijdperk te kunnen beoordelen. De zin sloeg op de kleermaker, maar is hij zelf niet de kleermaker die hij hier bedoelde ? Het zou niet verbazend zijn, gezien de ambitie die hij al heel vroeg in zijn werk met zijn ‘Comédie Humaine’ had.

balzac 2


Klik hier voor de werken van Balzac in de collectie Pléiade: Balzac oeuvres complètes

 

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.