23-07-09

Geselecteerde stukken (Paul Valéry)

Geprikkeld in mijn nieuwsgierigheid door het immense respect van Stefan Zweig voor Paul Valéry (zie vorige blogpost) blader ik in de Thalys naar Parijs diens ‘Geselecteerde Stukken’ door (‘Morceaux Choisis’ in een editie van Gallimard-NRF uit 1930).

 

Het boek begint met een selectie van gedichten die mij niet onmiddellijk over iets lijken te gaan, velen lijken mij (maar wie ben ik?) geschreven voor het zuiver plezier mooie woorden aan elkaar te reigen, misschien met uitzondering van ‘Poésie’, ‘Palme’ en het ludieke ‘Le Sylphe’ (zie aan het eind van deze post).

 

Ik lees met aandacht het stukje uit 1896 ‘Une conquète méthodique’ (‘Een methodische verovering’), waar Valéry de wijze analyseert waarmee de Duitse natie stap per stap, consessie per consessie, oorlog per oorlog, haar macht tracht uit te breiden. Hij somt een aantal gevallen op die elk afzonderlijk onbelangrijk zouden kunnen lijken, maar die in zijn beschrijving van de Duitse ‘methode’ elk belangrijk zijn voor het uiteindelijke doel. Deze ‘methode’ heeft als belangrijkste ingrediënt de discipline, waar Engelsen en Fransen zo van gruwen, maar die uiteindelijk garant staat voor het success van de Duitse onderneming.

 

De Duitsers hebben geen helden, geen scheppers meer, tenzij als voorbeeldfunctie. Maar het gebrek eraan of het verdwijnen ervan, wordt gecompenseerd door een nieuwe stroming, een nieuwe drijfkracht die door het hele volk wordt gedragen, Aldus Valéry.

 

Er valt wat voor de stelling te zeggen, maar de nabije toekomst zal Valérie ongelijk geven, de Duisters waren niet geheel zo voorspelbaar als hij dacht. Niettemin, het disciplinaire karakter en het groeiende natie-gevoel heeft hij dan wel juist ingeschat.

 

Ik lees een paar stukken van Valéry over Mallarmé, Valéry zou hem persoonlijk gekend hebben. Maar zijn analyse spreekt me niet aan. Net als zijn gedichten is het een opeenhoping van mooie gedachten zonder leidraad, zonder monding, een blijkbaar willekeurig gerangschikte verzameling van pogingen een gevoel uit te drukken. Nochtans heeft de man veel voeling met de dichtkunst. In een brief naar een bewonderaar beschrijft hij waarom hij zelf gedichten schrijft: om nauwkeuriger het scheppingsproces van de dichtkunt, van de kunst tout court, te doorgronden.

 

Wat verder, uit ‘Littératures’, waarin hij inzichten kenbaar maakt over dichtkunt en litteratuur, staan er een aantal leuke gedachten. Bijvoorbeeld: ‘La plupart des hommes ont de la poésie une idée si vague que ce vague même de leur idée est pour eux la définition de la poésie.’ Of nog : ‘Le sujet d’un poème lui est aussi étranger et aussi important que l’est à un homme son nom’.  Mooie gedachten, maar met alles wat ik van Valéry lees, beklemt mij de gedachte : dit had hij zoveel mooier kunnen verwoorden ! Noem me verwaand, maar een mooie gedachten mag gerust door een elegante zin vergezeld worden, en daar blijkt Valéry wat mij betreft niet in uit te blinken.

 

Zijn taal lijkt me verouderd, zeker in vergelijking met zijn tijdgenoten die modern zijn gebleven... Zweig’s vriendschap voor de man zal misschien zijn beoordeling over diens werk wat hebben bijgekleurd.

 

 

‘Le Sylphe’

 

Ni vu ni connu

Je suis le parfum

Vivant et défunt

Dans le vent venu !

 

Ni bu ni connu,

Hasard ou génie ?

A peine venu

La tâche est finie !

 

Ni lu ni compris ?

Aux meilleurs esprits

Que d’erreurs promises !

 

Ni vu ni connu ;

Le temps d’un sein nu

Entre deux chemises !

 

 

paul valéry

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.