21-06-09

Mémoires d'Hadrien (Margerite Yourcenar)

Wat een monumentaal werk !!!

Niet eens omvangrijk, maar des te meer: wat een prestatie !

Er zijn historische biografieën –veelal een droge opsommen van daden en feiten-, er zijn zuiver geromantiseerde historische vertelsels –waarvan de kwaliteit zich uitstrekt van dubieus, een Max Gallo bijvoorbeeld, tot opwindend, als het meeste werk van Maalouf. Er zitten tussenin een aantal merkwaardige pogingen tot psychologische biografieën –met Stefan Zweig als beste voorbeeld.

Maar buiten alle voorgaande categorieën is er ‘Mémoires d’Hadrien’ van Marguerite Yourcenar.

Wat een prestatie ! Andere auteurs kruipen in de huid van historische figuren, dat is niet nieuw, maar veelal doen ze dit om de kleinere details te gaan verzinnen die niet in de geschiedenisboeken vermeld staan maar waarvan ze menen dat ze enig belang hebben om het historisch gewicht van de protagonist te gaan versterken. Niet zo bij Yourcenar, zij kruipt in het personnage om er zijn denkwijze, zijn gehele filosofie, of eerder de wording ervan, te gaan toelichten. Niet zozeer in alle details, als wel in alle fases van zijn denken, in alle finesses van zijn wording. En dat terwijl er over de man reeds zo weinig kennis overblijft ! Wat het makkelijker maakt, denkt u? Hm, Yourcenar niet gezien...

De roman, enfin, de geromantiseerde mémoires, begint met diepgaande mijmeringen van de zestigjarige, zieke Hadriaan. In een onthutsend tempo, en met een vrijwel universele diepzinnigheid, vertaalt Yourcenar reeds vanaf het begin van het verhaal de conclusies die Hadriaan zou kunnen trekken uit zijn leven.

Hij bespreekt er mijmerend –men kan zich zo zijn balkon inbeelden, bij de zwoele valavond, met zicht over de naar jonge cyprèsvruchten geurende romeinse valleien- zijn aftakelende lichaam, dat hij ooit zo trots met zich meedroeg, de eigenzinnige vorm van ascese die hij hanteerde (vasten, niet zozeer uit principe maar eerder uit mentale hygiëne, en met doelgerichte –veelal politiek geïnspireerde- uitzonderingen), zijn zelf ontwikkelde ‘filosophie de la volupté’ omtrent liefdesdaden en –gevoelens. Mooie pagina’s die hun apothéose bereiken wanneer hij op zijn huidig gebrek aan slaap uitkomt, en tenslotte enigzins lijkt te gaan twijfelen over het nut of de gegrondheid van al wat hij in zijn leven ervaren heeft:

“Les trois-quarts de ma vie échappent d’ailleurs à cette définition par les actes: la masse de mes vélléités, de mes désirs, de mes projets même, demeure aussi nébuleuse et aussi fuyante qu’un fantôme. »

De man die Yourcenar schetst twijfelt aan zijn daden, hoewel hij in de rest van de roman, wel, de mémoires, wanneer hij diezelfde daden overschouwt, enkel een logische, consequente opeenvolging toont van gebeurtenissen, een logische vloeien naar wat hij uiteindelijk is geworden. Het wordt een zoektocht naar een rechtvaardiging voor zijn leven, maar één die aan eerlijkheid en maturiteit ver boven alle andere pogingen uitstraalt.

Feitelijk schippert de man (terug, volgens het geromantiseerde beeld van Marguerite Yourcenar, maar ze is goed gedocumenteerd) tussen de intense humane beleven –wellicht de eerste in zijn soort- en zijn verantwoordelijkheden als keizer:

“ je ne méprise pas les hommes. Si je le faisais je n’aurais aucun droit, ni aucune raison, d’essayer de les gouverner. Je les sais vains, ignorants, avides, inquiets, capables de presque tout pour réussir, pour se faire valoir, même à leurs propres yeux, ou tout simplement pour éviter de souffrir. Je le sais : je suis comme eux, du moins par moments, ou j’aurais pu l’être. Entre autrui et moi, les différences que j’apperçois sont trop négligeables pour compter dans l’addition finale ».

Hadriaan herkent zijn uitzonderlijkheid, als humanist ‘avant la lettre’, maar relativeert meteen ditzelfde gegeven, hij blijft slecht een mens onder de mensen…

« et c’est de la sorte, avec un mélange de réserve et d’audace, de soumission et de révolte soigneusement concertées, d’exigence extrême et de consessions prudentes, que je me suis finalement accepté moi-même. »

…het had zo uit een dialoog tussen Fouché en Talleyrand kunnen komen. Erger nog: het had uit uit de mond van beide –nochtans zo verschillende- personnages kunnen komen.

Vervolgens brengen de mémoires een logisch overzicht van zijn leven. Een harde terugblik op zijn jeugd, hard in de zin van gedachtenloos, feitelijk wezenloos. Zijn opgang in de Romeinse politiek beslaat slechts een aantal pagina’s en ook zijn met ambiguïteit omgeven aanstelling tot opvolger van de vorige keizer, Trajan, geniet niet al te veel aandacht in Yourcenar’s mémoires.

Yourcenar heeft vooral oog voor het humanistische karakter van Hadriaan. Pas aangesteld als keizer, en overtuigd van zijn missie om vrede te stichten in het Romeinse rijk, legt ze hem volgende gedachte op:

‘je savais que le bien comme le mal est affaire de routine, que le temporaire se prolonge, que l’extérieur s’infiltre au dedans, et que le masque, à la longue, devient visage’.

Hadriaan wou eerst en vooral vrede stichten, en dit was zijn methode: creëer een leefbare omgeving, en wacht tot deze routine wordt. Een wijze les voor wie het huidige Palestijnse conflict probeert op te lossen?

De mémoires gaan verder op dezelfde humanistische ondertoon, waarbij thema’s als onder meer slavernij en astrologie nog talrijke mooie gedachten en inzichten opleveren –Yourcenar bezit duidelijk levenswijsheid !

...en een ongebreidelde nieuwsgierigheid naar andere culturen en zienswijzen. Getuige ervan zijn (of Yourcenar’s? Is een biograaf de spreekbuis van zijn onderwerp, of van hemzelf?) verslag over zijn ontmoetingen met de naakte Indische Brahma’s aan het hof van de koning van Babylon, waar Hadriaan vredesbesprekingen hield. De bondige uiteenzetting van de Hindou-leer, zoals ze gezien werd door een humane Romeinse Keizer, behoren tot de meest indringende inzichten die ik ooit over deze religie heb begrepen. Ik bedoel, zelfs na mijn zes reizen doorheen Indië zou ik er niet in slagen om zo kernachtig mijn gelimiteerde begrip van deze religie te verwoorden.

Hadriaan zag zichzelf eerst en vooral als vredestichter, als bouwer. En het feit dat hij gedurende zoveel jaren het Romeinse Rijk heeft afgereist zonder ooit de behoefte of de noodzaak te ervaren terug naar Rome te moeten, biedt voldoende bewijs voor zijn slagen in deze ambitie.

Getuige ervan de mooie passage waarop een Jood Hadriaan komt bezoeken in Egypte, om hem ervan te overtuigen te ontzien van veranderingen die hij aan Jeruzalem wil brengen. Hadriaan beschrijft hoe de Jood bij zijn onderhoud enkel vasthoud aan zijn eigen inzichten, zich onmogelijk kan verplaatsen in de denkwijze van een andere, wie dan ook. Hij houdt er niet eens rekening mee dat er andere premisses zouden kunnen bestaan dan de zijne. Maar het mooie eraan is wanneer de Joodse onderhandelaar vertrekt, zonder Hadriaan tot toegevingen te hebben gedwongen, deze laatste toch tot enige wroeging dwingt om het feit dat de oude Jood met een nederlaag naar huis gaat. Het typeert zo sterk de mens achter het historisch personnage.

Deze passage werd wellicht rond 1950 geschreven. Ik kan me er niet van weerhouden ze in een modernere context te interpreteren.

Ook de visie die Yourcenar aan Hadriaan toeschrijft over het Christianisme is niet ontdaan van hedendaags inzicht. Enerzijds vertoont Hadriaan welwillendheid omtrent die secte die de gemeenschap zo centraal stelt, maar hij wijst meteen ook op de gevaren: “Cette glorification des vertus d’enfant et d’esclave se satisfait aux dépens des qualités plus viriles et plus lucides”. Tja, niet de eerste keer dat we Yourcenar op Niezschiaanse gedachten betrappen... tenzij Niezsche dezelfde bronnen als Yourcenar raadpleegde in zijn studies over de Romeinse geschiedenis...

Ook de laatse pagina’s, -de keizer geconfronteerd met zijn ziekte, zijn aftakelende lichaam, zijn ultieme twijfels en zekerheden-, behoren tot de meest inzichtrijke die ik ooit in de litteratuur ben tegengekomen.

En een vreemde nevenwerking op mijzelf: naast een verdieping van Yourcenar’s werk heeft het lezen van ‘Mémoires d’Ahdrien’ mijn nieuwsgierigheid gevoed naar die twee andere corifeeën van de Franse litteratuur van de eerste helft van de twintigste eeuw: Simone de Beauvoir en Margerite Duras...

(PS: ik besef dat de officiële Nederlandstalige benaming van de keizer ‘Adrianus’ is, ik verkoos echter in dit korte verslagje de meer eenvoudige, gewone naam Hadriaan –deels omdat hij dichter staat bij de titel van Yourcenar’s boek, deels ook omdat ik heimelijk hoop dat de keizer dit zelf zou hebben verkozen.)

yourcenar 2


yourcenar 5

Click hier om te kopen:Mémoires d'Hadrien

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

Commentaren

Prima Prima recensie. Een stimulans om het boek voor een tweede keer te lezen. Met de beschrijving in het achterhoofd.

Gepost door: Patrick | 23-06-09

De commentaren zijn gesloten.