24-05-09

L'immoraliste (Andre Gide)

“L’immoraliste” is het verhaal van een man die zijn drie vrienden uitnodigt op een godverlaten plek in Tunesië, waar hij verblijft, teneinde hen zijn recente geschiedenis uit de doeken te doen. Vanwaar die drang –die noodzaak- om het zijn vrienden te vertellen ? Wroeging ? Spijt ? Of hoopt hij van hen een absolutie voor zijn daden te bekomen ?

Drie jaar ervoor treedt hij in het huwelijk en vetrekt hij op huwelijksreis naar Tunesië. De tuberculose waar hij aan lijdt maakt de reis tot een ware hel, tot ze in een dorpje in Tunesië aankomen. Hij raakt bevriend met een troepje kinderen uit de buurt –aangebracht door zijn vrouw- voor dewelke hij een nogal ambiguë fascinatie ervaart. Niet geheel zeldzaam in de litteratuur van die tijd, dezelfde ambiguïteit vind je onder meer bij Thomas Mann en Stefan Zweig, -die je moeilijk van enige–laat staan een openbare- uiting van pedofilie kan betichten. Bij Gide ligt dat weliswaar iets minder simpel.

Niettemin, de zuivere lucht en de ongedwongen omgang met de lokale kinderen zetten hem niet alleen op pad voor een prille genezing, ze brengen zijn gehele levensvisie aan wankelen; hij verliest er zelfs zijn intellectuele nieuwsgierigheid door. De directe impact die de prikkelingen uit zijn omgeving hebben op zijn gevoelens, ervaart hij als de enige bron van werkelijkheid die de moeite is te worden beleefd (het thema was blijkbaar in de mode in die tijd, wellicht beïnvloed door Oscar Wilde’s “to cure the soul by means of the senses, and the senses by means of the soul”).

L’amas sur notre esprit de toutes connaissances acquises s’écaille comme un fard et, par places, laisse voir à nu la chair même, l’être authentique qui se cachait”.

Terug in Frankrijk houdt hij zich in Normandië bezig met zijn landbezit, waar hij gaandeweg een interesse cultiveert voor het leven van de boeren op zijn land. Hij houdt zich tegen zijn zin bezig met de bekommernissen van zijn land, maar gaat des te driftiger op zoek naar de meer duistere kanten van de mensheid. In Parijs ontmoet hij een oude vriend van hem die zich volledig heeft ‘vrijgevochten’ van materiële of intellectuele noden. De gesprekken confronteren hem met zijn naïeve geloof dat hijzelf zo’n vrijgevochten persoon zou zijn, -terug het thema uit zijn ‘Le voyage d’Urien’: kan een intellectueel zich werkelijk ontdoen van zijn aard? Hijzelf zit gevangen in zijn verleden, of eerder: in het verbloemen van zijn verleden: “niets ligt het geluk meer in de weg dan de herinnering aan geluk”, schrijft hij.

In Frankrijk wordt zijn vrouw ernstig ziek, waardoor zijn vermeende liefde voor zijn vrouw een andere wending neemt: hij dacht van haar te houden, maar haar ziekte –of eerder: de fysieke tekenen ervan- doen hem inzien dat hij dit zichzelf voorliegt. ‘C’est une chose abimé’, constateert hij wanneer hij naar zijn vrouw kijkt. Uit dankbaarheid voor het feit dat zij hem verzorgde wanneer hij ziek was, alsmede om zichzelf vooralsnog te overtuigen van de zuiverheid van zijn liefde, verzorgt hij haar dag en nacht en omringt hij haar met de fijnste attenties. Ze ondernemen een reis naar gezondere oorden, die hen eerst naar Zwitserland, dan naar Italië voert. De reis verziekt haar nog meer, waardoor hij de overtuiging opdoet dat slechts een plaats haar weer gezond kan krijgen: het dorp in Tunesië waar ze enkele jaren voordien verbeleven, waar ze enige vorm van geluk kenden.

Feitelijk zoekt hij er zijn eigen geluk, in de gedaante van de jongetjes waarmee hij met zoveel plezier omging. Maar die zijn echter twee jaar ouder geworden, het leven heeft hen lelijk gemaakt. De reis –misschien de vaststelling van dit falen- wordt tenslotte ook zijn vrouw teveel.

Dus: vanwaar die drang om dit verhaal aan zijn vrienden te vertellen ? Zoekt hij vergiffenis, of een teken van begrip ? Moet hij het gewoon van zich af hebben aan mensen die geen oordeel zouden vellen op zijn daden ? En vooral wordt hier de vraag gesteld: heeft hij immoreel gehandeld ? Waar ligt zijn schuld ?

Het wordt in het midden gelaten. Zoals in zoveel van zijn geschriften is ‘L’immoraliste’ van Gide een bevreemdende mengeling tussen gedachten en autobiografische feiten, die slechts een welbepaalde episode van zijn leven belichten. Het zijn puzzlestukjes die samen met zijn monumentale ‘Journaal’ een mens schetsen in al zijn complexiteit, in al zijn contradicties, maar tevens in al zijn glorieuze aspiraties, in zijn gedreven zoektocht naar zichzelf. Er bestaat geen beter gezelschap dan dat van Gide om deze zoektocht aan te vatten.

gide 7

Klik hier voor de volledige werken van Gide in de collectie Pléiade: Gide oeuvres complètes

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.