05-05-09

Palude (Andre Gide)

Het uitgangspunt is aanlokkelijk, en zo typisch:

Een gesprek tussen de hoofdpersoon en zijn minnares (hoewel, zo duidelijk is de rol van deze laatste nu ook weer niet), deze vraagt hem waar hij mee bezig is, hij antwoordt: ‘niets’, waarop de vrouw alle nuttige en nobele activiteiten opsomt waar zijn beste vriend mee bezig is, en hem nogmaals vraagt waar hìj dan wel mee bezig is. Uit verveling bijna antwoodt hij dat hij een boek schrijft over een zekere ‘Palude’, die feitelijk ook niets wezenlijks doet.

HIJ: “Palude is het verhaal van een vrijgezel, die in een toren leeft, omgeven door moerassen”

ZIJ: “Ah”

HIJ: “Hij heet Tityre”

ZIJ: “Een lelijke naam”

HIJ: “Helemaal niet. Het komt uit Virgilius. En trouwens, ik ben niet in staat een andere naam te bedenken.”

ZIJ : “En waarom een vrijgezel ?”

HIJ: “Oh, het maakt het eenvoudiger”

ZIJ: “Is dat alles?”

HIJ: “Neen, ik vertel wat hij doet”

ZIJ: “En wat doet hij?”

HIJ: “Hij kijkt naar het moeras”

(stilte)

ZIJ: “Waarom schrijf je?”

HIJ: “Ik? Dat weet ik niet. Wellicht om iets te doen”

De gelatenheid, de moeheid bijna, van dat antwoord, de teleurstelling die ervan uitgaat, niet de teleurstelling over het leven, maar de teleurstelling over de voorstelling die men er zich van maakt. Waarom schrijft hij over een alleenstaande man? -omdat het makkelijker is. Waarom schrijft hij ? -om een schijn van handelen te vijnzen. Dus om een schijn van nut te geven aan zijn leven, gezien hij er zelf niet van lijkt uit te gaan dat handelen een zin geeft aan het leven.

Hij probeert er zich nochtans sterk van te overtuigen. Het schrijven van Palude in de roman zelf, vormt een handig excuus voor de schrijver om te mediteren over het nut van de actie, van het handelen, doorheen gesprekken met zijn vrienden, zijn minnares of zijn collega-filosofen –deze laatsten op een feestje waar de nog ongeschreven roman Palude het middelpunt vormt van soms hilarische gesprekken…

“On ne sort pas ; -c’est un tort. D’ailleurs on ne peut pas sortir ; -mais c’est parce que l’on ne sort pas. – On ne sort pas parce que l’on se croit déjà dehors. Si l’on se savait enfermé, on aurait du moins l’envie de sortir.

Dit geurt al sterk naar ‘De walging’ van Sartre, enkele jaren voor datum…

De schrijver probeert iedereen aan te zetten tot handelen, tot verandering, terwijl hij er zelf amper toe in staat is –of tenminste, terwijl zijn magere pogingen zelf te handelen tot mislukken zijn gedoemd.

De mooiste uitdrukking hiervan ligt in in het dagboek dat de hoofdpersoon bijhoudt. Een nogal minimalistisch dagboek in vergelijking met het dagboek dat Gide in werkelijkheid bijhield -4500 pagina’s in de editie van Pléiades. Maar in ‘Palude’ bestaat het dagboek uit alledaagse handelingen, zelfs de meest triviale. Links houdt hij de intenties van de volgende dag bij –veelal het uur waarop hij van plan is te gaan opstaan-, rechts wat hij die dag in werkelijkheid heeft gedaan –veelal veel later opstaan dan gepland. De som van beide pagina’s levert de schrijver een overzicht van wat hij had kunnen doen. Het spijzen van dit overzicht –lees: het niet verrichten van geplande handelingen- levert hem op zich een vrij pervers plezier:

“L’agenda a du bon, pensai-je, car si je n’eusse pas marqué pour ce matin ce que j’eusse dû faire, j’aurais pu l’oublier, et je n’aurai pu me réjouir de ne l’avoir point fait ”

Ik ben geen vertaler, maar dit is te mooi om geen poging te wagen :

“Het dagboek heeft zo zijn voordelen, dacht ik, gezien ik, had ik niet aangeduid wat ik deze ochtend van plan was te doen, dan had ik het kunnen vergeten, en dan had ik mij niet kunnen verheugen om het feit dat ik de geplande daden niet heb verricht”.

gide 6

Klik hier voor de volledige werken van Gide in de collectie Pléiade: Gide oeuvres complètes

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.