01-05-09

La tentative amoureuse (André Gide)

Een korte schets in achtien pagina’s (in de editie van Pléiades). Niet eens een schets, een gedachte, een flits.

Gide probeert, kennelijk willoos, een idyllisch tafereelt te schetsen. Nymphjes die naakt baden, een knappe jongeman die verliefd wordt op een ervan, een zachte glijden in het amoureuse avontuur. De schrijver zelf doet zijn best om in zijn onderwerp te geloven, het te beleven.

Maar dan komt de ontluistering, de schrijver addresseert dit verhaal aan een –zijn?- vrouw, niet om een idyllische staat van gevoelens weer te geven, maar juist de teloorgegane illusie ervan:

‘Madame, c’est à vous que je conterai cette histoire. Vous savez que nos tristes amours se sont égarés dans la lande, et c’est vous qui vous plaigniez autrefois que j’eusse tant de peine à sourire. Cette histoire est pour vous : j’y ai cherché ce que donne l’amour ; si je n’ai trouvé que l’ennui, c’est ma faute : vous m’aviez désappris d’être heureux. Que la joie est brève en un livre et qu’elle est vite racontée ; combien est banal un sourire sans vice et sans mélancolie.’

Voor de lezers die het Frans niet meester zijn, er staat onder meer in : ‘ik heb in dit verhaal gezocht naar wat de liefde te bieden heeft, ik heb er enkel verveling gevonden’. Ik hoef er het er niet eens mee eens te zijn, om de schoonheid van die gedachte, zijn kernachtigheid, met volle teugen op te nemen. In die zinnen leeft iemand.

In die paar zinnen staat zoveel meer, en nog veel meer in de lijn van het verhaal, waar deze zinnen op alluderen. Want alles ligt erin vervat. Zijn prille liefde zowel als zijn teleurstelling erin. Maar is hij teleurgesteld in zijn geliefde zèlf of in zijn eigen ervaring met, of zijn perceptie van de liefde ? Beide, wellicht, vergelijkt hij niet die gevoelens met het vergankelijke, korte bestaan van een snel gelezen verhaaltje? Alweer die zelfgerichte ironie voor iemand die niet anders deed dan schrijven: het schrijven is vluchtig, misschien zelfs volstrekt nutteloos. Hij geeft letterlijk toe dat het aan hem ligt ‘c’est de ma faute’, maar verwerpt die verantwoordelijkheid onmiddellijk ‘het is mijn schuld: maar u heeft mij afgeleerd gelukkig te zijn’. Die ambiguïteit speelt doorheen het verhaal, hij worstelt duidelijk met de gevolgen van zijn gedachten, doch twijfelt niet aan de gegrondheid ervan.

In het laatste hoofdstuk maakt Gide een soort samenvatting van het dubbele verhaal, of tenminste de bedoeling ervan:

Deux âmes se rencontrent un jour, et, parce qu’elles cueillaient des fleurs, toutes deux se sont crues pareilles. Elles se sont prises par la main, pensant continuer la route. La suite du passé les sépare. Les mains se lâchent et voilà, chacune en vertu du passé continuera seule la route. C’est une séparation nécessaire, car seul un semblable passé pourra faire semblable les âmes. »

Lees die zin gerus een paar keer. Ik wacht wel.

Want wat zegt Gide hierin? Dat een gemeenschappelijk verleden de zielen van twee mensen dichter bij elkaar brengt, terwijl het onvermijdelijk diezelfde zielen uit elkaar doet gaan ? Meer nog : enkel door uit elkaar te gaan zullen de verliefden van weleer een gemeenschappelijke –feitelijk staat er: een gelijkaardige- ziel ontdekken. Het klinkt als een wat makkelijke troost om de geliefde in kwestie te verlaten, doch wanneer je dit denken niet enkel op geliefden toepast, maar op het leven zèlf en alle vormen van gemeenschappelijk menselijk verleden die daaraan te pas komt, met andere woorden: wanneer je deze gedachte toepast op onze staat van menselijkheid, welk beeld krijg je dan?

Wellicht ga ik te ver, en was dit niet de grond van Gide’s bedoeling. Deze staat, meen ik, in de eerste zin van het werk :

Certes, ce ne seront ni les lois importunes des hommes, ni les craintes, ni la pudeur, ni le remords, ni le respect de moi ni de mes rêves, ni toi, triste mort, ni l’effroi d’après tombe, qui m’empêcheront de joindre ce que je désire ; ni rien –rien que l’orgueil, sachant une chose si forte, de me sentir plus fort encore et de la vaincre. –Mais la joie d’une si hautaine victoire – n’est pas si douce encore, n’est pas si bonne que de céder à vous, désirs, et d’être vaincu sans bataille. »

…de onweerstaanbare drang naar genot, van welke aard dan ook. Is Gide een epicuriaan ? Wellicht wel, op zijn eigen, speciale manier, excessief, ten koste van alles.

gide 4

Klik hier om de volledige werken van Gide te kopen in de Pléiades-reeks: Gide oeuvres complètes

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

De commentaren zijn gesloten.