02-08-15

Kortverhalen (Rabindranath Tagore)

tagore.jpgVan Rabindranath Tagore kende ik totdusver enkel de gedichten, waarvan de bijna magische eenvoud mij steeds weten te verleiden, maar wat een verrukking is het om zijn kortverhalen te ontdekken, die weliswaar met een zelfde zuivere eenvoud zijn geschreven, maar op een lager tempo, langer uitgestrekt, en daar door ook weidser, universeel.

Het kortverhaal uit de titel vertelt het verhaal van een jonge brahman die door iedereen geliefd is. Op zijn tocht wordt hij uitgenodigd door de heer van Katalie om een tijdlang bij hem te logeren. Ook daar wordt de brahman onmiddellijk door het bewoners geliefd, behalve door de jonge dochter van de heer, die een extreme jaloezie ontwikkeld voor de brahman en hem op alle mogelijke manieren het leven zuur maakt –zonder dat het de brahman enigszins roert.

De heer beslist uiteindelijk zijn dochter uit te huwelijken aan de arme brahman –echter zonder er hem van op de hoogte te brengen. Het jonge meisje is opgetogen met het nieuws, maar op de dag van het huwelijk blijkt dat de brahman reeds andere  oorden is gaan opzoeken.

tagore_le_vagabond.jpgIn het ijzingwekkende ‘de verloren illusies’ is het een jonge prinses die een jonge brahman die tegen haar vader strijdt, uit de dood redt. Wanneer hij verneemt wie ze is slaat hij haar en laat haar achter. Jarenlang zoekt ze de brahman in alle uithoeken van Oost-Indië, en tracht ze het beeld dat ze van hem gevormd heeft waardig te zijn. Of hij dat beeld waardig is eenmaal ze hem na jaren zoeken heeft gevonden, blijkt uit de titel van het verhaal.

In ‘wolk en zon’ is het een pas afgestudeerde advocaat waar een jong meisje zorg voor draagt en verliefd op wordt terwijl hij haar leert lezen en schrijven, maar waarvan de wegen zich door de –figuurlijke en letterlijke- blindheid van de man scheiden. Totdat, jaren later, … (neen, ze huwen niet en leven niet lang en gelukkig)

‘De kleine bruid’ vertelt dan weer de huwelijkspericelen van een wild meisje dat wordt uitgehuwelijkt aan een student die uit Calcutta naar het dorp terugkomt. Ze mist de tijd waarin ze wild en vrij was, en raakt maar niet gewoon aan het gesloten, streng geregeld leven bij haar schoonmoeder –haar man is terug naar Calcutta vertrokken om er te gaan werken. 

U snapt het al, veel verhalen van Tagore gaan over prille liefdes, in alle mogelijke betekenissen van het woord, die al dan niet worden beantwoord, en vaak vreemde wendingen krijgen. Dat maakt die verhalen net zo broos en zuiver, en vormen ze een treffend en diepgaand beeld van een van de aspecten van Indië.

Ik wordt verzamelaar van Tagore’s werk, zoveel is zeker.

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

Het beleg van Lissabon (Jose Saramago)


saramago beleg van lissabon.jpg

Een corrector werkt aan een manuscript over het beleg van Lissabon, waarin wordt beschreven hoe een aantal kruisvaarders beslissend waren in de overwinning van de eerste koning van Portugal op de moslims bij het heroveren van Lissabon.

Om een hem onbekende reden beslist hij om het woord ‘niet’ toe te voegen aan de zin waarin de kuisvaarders de
beslissing nemen om mee te helpen.

Het vormt een intrigerend uitgangspunt van een roman waarin Saramago al zijn kennis over het thema zelf, maar ook over de vraag wat geschiedenis precies inhoudt, tentoonspreidt, en lustig filosofeert over hoever de kennis ervan zich strekt, of kan strekken.

marquez herfst patriarch.jpgHet wat bij de haren getrokken liefdesverhaal dat hij ertussen weeft bederft de lectuur van dit werk helemaal niet. Saramago blijft vijf jaar na zijn dood het ontdekken nog steeds waard.

In het kielzog van Saramago begon ik aan Marquez’ ‘De herfst van de partiarch’. Ik liet het echter na een vijftigtal pagina’s liggen. Ik ben dol op Marquez, daar niet van, maar de wat barokke stijl waarin het boek is geschreven, met ellenlange zinnen (op zich geen probleem) die geen richting vinden (wel een probleem) deden mij eerder aan een stijloefening denken van een bezadigd schrijver, dan aan de duizelingwekkende verteller waar ik de man van ken.

Niet dat ik verzadigd ben van Marquez, maar blijkbaar is het geen goed idee om hem te lezen vlak nadat men een boek van Saramago heeft verorberd.

Gepost door Frederic De Meyer in literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

27-06-15

Umberto Eco "Het nulnummer" **

Geen historische roman deze keer, maar een intrigerende en nauwelijks verholen kritiek op de man die de Italiaanse politiek de laatste decennia heeft beheerst: Berlusconi.

Een mislukt journalist krijgt op een dag de opdracht om een boek te schrijven over een krant in wording. Deze nieuwe krant is het bedenksel van een miljardair, en heeft als enige doelstelling de opdrachtgever meer gewicht te geven in politieke middens. De eerste oplages van de krant (de nulnummers) moeten dan ook bol staan van feiten die al plaats hebben gehad, maar dusdanig worden gemanipuleerd dat het lijkt alsof de krant van tevoren de juiste analyses over deze feiten had gemaakt.

Manipulatie van de pers om politieke doeleinden, het is een dankbaar thema in handen van Umberto Eco. Het enige probleem is dat hij het verweeft met het relaas van de laatste dagen van Mussolini en de onduidelijkheid over diens officiële overlijden.  Niet dat dit gegeven op zich niet interessant is, maar binnen de roman vormt het een zijweg die gaandeweg net teveel plaats inneemt, terwijl het oorspronkelijk thema nog zoveel te bieden had.

Eco lijkt zelf de kluts een beetje kwijt en onderbreekt de roman een beetje abrupt. Niettemin een mooie stijloefening.

Eco het nulnummer.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

Juan Gabrial Vasquez "De reputaties" ****

Ik was niet meteen overdonderd door zijn vorige boek ‘de informanten’, dat teveel en te lang intriges ontwarde die uiteindelijk van in het begin reeds duidelijk waren. Dit weerhield me niet om het nogmaals te proberen. De man wordt aangeprezen als de opvolger van de grote Marquez, dus er moet toch iets van aan zijn.

En inderdaad, ‘De reputaties’ kan de vergelijking makkelijk weerstaan. De stijl is loepzuiver en elegant, en het verhaal ontvouwt zich tot meerdere dimensies en lectuurniveaus.

Een politiek cartoonist wordt gehuldigd omwille van zijn carrier, en de impact die zijn tekeningen hebben gehad op de maatscheppelijke ontwikkelingen in zijn land. Door die tekeningen werd hij gevreesd en aanbeden, maar ze hebben hem ook een sort aura van onfeilbaarheid gegeven. Tot een jonge vrouw hem komt opzoeken en een duister facet van zijn verleden boven water komt, waardoor hij zijn hele leven, alle zekerheden die hij over zijn person had opgebouwd, aan wankelen wordt gebracht.

De samenhang tussen politieke gebeurtenissen en persoonlijke mijmeringen, onbetrouwbaar wordende herinneringen en langzaam groeiende angst voor vergetelheid, voor een leven dat feitelijk anders is geweest dan het men zich had voorgelogen, dit alles bespekt met vindingrijke humor…. Het zijn alle ingrediënten voor een intrigerende roman. Een schrijver om op te volgen!

vasquez de reputaties.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

21-03-15

Manieren om naar huis te keren (Alejandro Zambra) ****

zambra,boeken,lezen,chili,manierenWat een begenadigd schrijver is deze jonge Chileense literaire sensatie Alejando Zambra. “Manieren om naar huis te keren” vormt een rustige, bijna serene collectie van persoonlijke herinneringen. Geen losstaande flarden zonder samenhang - er zit wel degelijk een verhaallijn in, hoewel ze niet chronologisch, wellicht zelfs incompleet boven komt drijven. Maar Alejandro slaagt er in dit ongemerkt de lezer in te lepelen, zonder zich teveel serieus te nemen, zonder zich te laten gaan in een verwaande complexiteit waar menig andere schrijver zich achter verbergt wanneer ze hun eigen verhaal trachten neer te pennen.

Aan de liefdesperikelen van een schrijver hebben lezers meestal niet veel, tenzij ze zoals in dit boek op een danige manier worden geschreven dat ze universeel worden, tenzij het de lezer een nieuwe methode aanreikt om dit zelf te doen.  

 

Maar de waarde van dit boek ligt niet zozeer hierin vervat. De jeugd van Alejandro speelt zich af in zambra,boeken,lezen,chili,manierende hoogdagen van de Pinochet-dictatuur, en is aldus eerste hand getuigenis van binnenin zo’n dictatuur, gezien door de ogen van de negenjarige Alejandro. Het is niet wat er gebeurt dat hier van belang is, wel de sfeer die er heerst, het wantrouwen jegens iedereen, maar vooral: het moeten kiezen van een kamp. De vader van Alejandro had geen kamp, wou geen kamp kiezen. Op een of andere manier lijkt Alejandro hem dit niet te vergeven. Geen kamp kiezen, en daardoor in ogen van je kind roemloos afgaan. Het is een bijwerking van een dictatuur dat beklijvend wordt weergegeven in dit knap boekje.

Een fascinerend schrijver!

Gepost door Frederic De Meyer in literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

18-01-15

De blauwe economie (Gunter Pauli) *****

Wanneer en hoe is het zo verkeerd gelopen van onze manier om dingen te vervaardigen? We hadden nochtans maar om ons heen te kijken om voorbeelden te zien van hoe het duurzamer, properder, gezonder en, ja, zelfs efficiënter kan. Welkom in de wondere wereld van biomimicry.

Er zijn wonderbaarlijk veel processen die we van de natuur kunnen kopiëren om ons afval op te waarderen (niet noodzakelijk te recycleren), energie te genereren of gebouwen te doen weerstaan aan de ergste natuurrampen. Het boek ‘De blauwe economie’ van Gunter Pauli biedt er zo’n honderdtal alleen al –en zijn zoektocht naar andere voorbeelden is nog lang niet ten einde.

Een simpel voorbeeld: van de koffieplanten gebruiken we slechts 0,5% om onze koffie uit te vervaardigen. De rest verbranden we of laten we in velden rotten. Beide zijn uiteraard enorm belastend voor het milieu. Hoe kunnen we de 99,5% beter benutten? Blijkbaar zijn deze resten uiterst vruchtbare voedingsbodem voor het kweken van exotische, heel voedzame paddenstoelen (die voornamelijk in China voorkomen, maar door het gebruik van resten van koffieplanten tevens in Afrika en Zuid-Amerika makkelijk te kweken zouden zijn). De transformatie voor de koffieboeren zou miniem zijn, maar beter nog: het zou voor extra werkgelegenheid zorgen, een oplossing bieden voor lokale voedselproblemen, en nieuwe inkomstenbron vormen voor de koffieboeren.

Dit voorbeeld geeft het centrale idee van Pauli uitstekend aan: door beter gebruik te maken van de natuur, en van natuurlijke processen, kunnen we een duurzamer ecosysteem bekomen, maar kunnen we tevens meer jobs creëren en de welvaart behouden (zoniet verhogen). Het ontnuchterende achterliggende idee is dat al deze initiatieven voornamelijk lokaal zijn. Weg globalisatie, weg streven naar winstmaximalisatie voor ontoerekeningsvatbare multinationals. 

“Ecosystemen evolueren niet naar monopolies met enkele grote spelers die streven naar meer output van dezelfde gestandardiseerde producten (…) wel (naar het) afstemmen van talrijke kleinere bestanddelen” (p39)

Elk zijn eigen ding (onbewust) in dienst van het grotere goed. De voorbeelden van innovatieve (op de natuur gebaseerde) businessmodellen zijn nochtans verre van revolutionair, en al zeker niet ondoenbaar (velen worden nu reeds concreet gebruikt). 

  • Onze gebouwen verwarmen op de manier waarop termieten voor een constante temperatuur zorgen in hun nest;
  • Moermeibomen planten op onvruchtbare gronden om erosie tegen te gaan en er zijderupsen in te kweken, om de zijde op zijn beurt te gebruiken als vervanging van het schaarse Titanium in scheermesjes of in polymeren die we in cosmetica gebruiken
  • Als brandvertragers druiven en citroen-schillen gebruiken in plaats van op kankerverwekkende Broom gebaseerde oplossingen
  • Energie halen uit warmteverschillen (zoals de zebra) of uit algen (die dan nog eens vervuild water kunnen verversen en CO2 uit de lucht kunnen halen).

Voorbeelden genoeg…

Terug naar de eerste vraag: waar ging het dan verkeerd? Een van de oorzaken is volgens Pauli te vinden in het hardnekkig vasthouden aan achterhaalde managementprincipes bij gevestigde bedrijven.  Pauli kan het weten, hij is lang baas geweest van een grote Belgische multinational.

Veel van het denken in onze bedrijven (en als mens in het algemeen) gebeurt lineair, in plaats van cyclisch. Veel van onze focus ligt op recycleren, in plaats van op ‘upcycling’. We zitten vastgeroest in bepaalde denkpatronen, nochtans hebben we niet veel nodig om ons ervan te bevrijden, zoals de honderd voorbeelden uit het boek aantonen. Beter nog, in strijd met een van de grondregels van ons economisch denken (met name: dat we enkel efficiënter kunnen worden door meer te vervaardigen met minder mensen), toont dit boek aan dat we juist efficiënter kunnen worden door meer mensen aan het werk stellen.

Hoe? Gewoonweg door innovaties te kopiëren die de natuur reeds miljarden jaren met succes heeft toegepast. Het vergt enkel observatie en een open geest.

 

pauli,blauwe,economie,biomimicry,businessmodellen,innovatie

Gepost door Frederic De Meyer in literatuur, literatuur | Permalink | Commentaren (1) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

01-01-15

No Time (Naomie Klein) ***

Naomie Klein is een analist naar mijn hart. Geef haar een onderwerp (om het even welke) om haar tanden in te zetten, en ze gaat het steevast een aantal jaren omspitten in alle mogelijke hoeken en vanuit alle mogelijke zichtpunten, geen taboe uit de weg gaand, geen argument ongemoeid latend. Nu goed, uiteraard is ze verre van neutraal. Klein is eerst en vooral opiniemaker, geen journalist of officieel verslaggeefster. Wat mij betreft geeft dit juist meer kleur aan haar analyses, al kan het geen kwaad om het in het achterhoofd te houden bij het lezen van haar werk.

Dus als ze haar briljante brein op een onderwerp laat vallen als klimaatsverandering, ben ik er als de kippen bij om het in me op te nemen, hopende dat ze een even ongemakkelijke waarheid verkondigd als in haar laatste werk, ‘De schokdoctrine’.

Klein begint sterk, met een grondige analyse van de redeneringen van de klimaatnegationisten, waarbij ze tot de ietwat bevreemdende conclusie komt dat deze misschien juist wel het meest geloven in deze klimaatsveranderingen. Enkel zijn de gevolgen ervan te onbegrijpelijk –on te onaanvaardbaar- om deze ook maar te overwegen. Om de uitdagingen van de opwarmende planeet aan te gaan, hebben we een radicale ommekeer nodig van ons globaal systeem –welja, het kapitalisme zoals we die nu kennen- en voor velen is dit een onmogelijke opgave hierover ook al was het maar een begin van nadenken aan te wijden. Klein zou Klein niet zijn mocht ze niet af en toe het globalisme bekogelen, zij het steeds met rake argumenten.

Dezelfde rake argumenten gebruikt ze echter om ook de groene beweging van kritiek te dienen. Deze zou zich teveel van het argumentarium van de negationisten bedienen om hun gelijk te krijgen. De meeste van deze stromingen zijn overigens verre van groen, zo concludeert ze tot haar eigen afgrijzen (de grootste groene beweging in de VS laat zich rijkelijk sponsoren door oliemaatschappijen, om maar iets te noemen).

Dus draait ze haar blikveld naar een nieuwe stroming, eentje die nog wat rommelig oogt maar overal ter wereld de kop opsteekt. Ze noemt het ‘blockadia’, een term die volgens mij geen lang leven beschoren is, maar bon, het kind moet een naam hebben, nietwaar. Blockadia is de verzameling van alle kleine groepen, verenigingen, stromingen, die op natuurlijke wijze ontstaan (en soms meteen verdwijnen) om zich tegen excessen of tegen vormen van onrecht te verdedigen. In het tweede deel van haar boek geeft ze een resem voorbeelden, die ik hier niet zal overnemen.

Belangrijk is echter wel dat deze groepen soms heel verschillende –en onverwachte- vormen aannemen. Het zijn niet noodzakelijk extreme of politiek georiënteerde groepen die ze onder deze term begrijpt, maar bijvoorbeeld ook inwoners van rijke buurten die zich verzetten tegen het transport van onveilig schaliegas in hun buurten. Door al deze voorbeelden kan de lezer zich wel een goed beeld vormen van wat Klein onder deze Blockadia verstaat.

Dit is dus niet zozeer een boek over klimaatsverandering ‘as such’, daar werd reeds genoeg over geschreven, lijkt Klein te denken. Dit is een boek over hoe de mensheid met deze dreiging omgaat (of eerder: niet omgaat). Klein geeft aan dat de verzameling aan kleinere initiatieven overal ter wereld, mensen die zich (soms tijdelijk) verenigen om bepaalde aspecten van de vervuiling en het onbewust (kapitalistisch) omgaan met het milieu, trachten te blokkeren. Blijkbaar put ze daar de moed uit om nog enigszins positief de toekomst tegemoet te zien, al beseft ze ook dat dit mogelijks niet genoeg zal zijn. Too little, too late.

Zeker niet haar beste werk – daarvoor is de ellenlange behandeling van een aantal protestacties net te langdradig, en hangt het totaalbeeld dat ze schept net iets te wankel in elkaar, maar dit boek heeft alleszins de verdienste om de hele klimaatproblematiek eens vanuit een ander –en weliswaar fris- standpunt toe te lichten.

naomie klein.jpg

 

Gepost door Frederic De Meyer in literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

08-08-14

Vakantieliteratuur (Terrin 'Blanco' * Welagen 'Het verdwijnen van Robbert' **)

Trouwe lezers van deze blog zullen het reeds weten: van slechte literatuur word ik kregelig. En deze kregeligheid heeft een onweerstaanbare neiging zich te gaan vermenigvuldigen wanneer ik het op vakantie krijg voorgeschoteld…

Het moet gezegd, op gebied van vakantieliteratuur heb ik reeds menige miscasting achter de rug. De “Confessions” van Rousseau doornemen in de week die ik op een houseboat op het Dal-meer in Cashemire doorbracht, was geen al te goed ingeving (al blijf ik alle andere herinneringen aan die week voor eeuwig koesteren). Jan-Karl Huysmans lezen op Bali was ook al geen te groot succes (al blijft de roman me bij om andere redenen).

Er kan natuurlijk steeds op veilig gespeeld worden. Maupassant lezen in Normandië, Paul Bowles in Marocco, Tagore in Indië. Nooit teleurgesteld. De auteur hoeft echter niet noodzakelijk aan de plaats gebonden te zijn alvorens de roman in kwestie aan de reisbestemming blijft kleven. Dostoïevski’s “Boze Geesten” lezen in Capadocië,  Hesse’s “Peter Camenzind” in Ceylon of Mysliwski’s “Over het doppen van bonen” in de Zwitserse Alpen (vorig jaar nog, op dezelfde plek als waar ik deze woorden schrijf), de lijst van boeken die naar mijn gevoel verbonden blijven met de plaats waar ik ze las, is –gelukkig maar- behoorlijk lang.

Voor dit jaar nam ik een wat eclectische selectie boeken mee. Voortgaande op mijn élan van vorige weken, nam ik twee Nederlandse auteurs mee wiens werk ik nog niet kende.

terrin Blanco.jpegNaar Peter Terrin was ik al een tijdje benieuwd. Ik had zijn laatste kunnen meenemen, maar, stel dat deze zo goed was dat ik zijn eerdere werk wou verkennen, bestond de kans dat ik door dit eerdere werk teleurgesteld zou zijn (zoals ik een beetje was met het werk van Herman Koch). Dus waarom niet beginnen met een eerder werk, en een auteur zien groeien doorheen zijn oeuvre. 

Dit is kennelijk geen onvoorwaardelijk goed idee. “Blanco” vertrekt weliswaar van een interessant uitgangspunt (in’t kort: een man wiens vrouw brutaal is vermoord tijdens een carjacking wordt neurotisch beschermend voor zijn zoon), dat uitnodigt voor wat verdere analyse, het ontrafelen van de moeilijke balans tussen het besef van zijn waanzinnige houding en de keurslijf van de fundamentele angst die hij zou hebben opgevat om het enige resterende deel van zijn gezin te beschermen. Niets van dit alles.  Terrin maakt er zich vanaf met inhoudloze zinnen (“Victor was weer alleen in zijn eigen stilte” p40), de nachtmerries die hij zijn personages oplegt doen geen enkele haar rechtop deinzen, en de makkelijke technieken als het herhalen van de openingszin in verschillende hoofdstukken (“Helena ligt met haar hoofd op de trottoirband”) mist alle effect.

De vakantie begint onder een ongunstig gesternte- op literair vlak dan, gelukkig maar.

robert welagen.jpegAls tweede neem ik “Het verdwijnen van Robbert” bij de hand. Een behoorlijk grappig boek over een schrijver die na de publicatie van zijn eerste boek tracht te verdwijnen (niet letterlijk, zoals ik eerst dacht bij het aankopen van het werk, maar eerder in de zin van ‘vergeten’, het achterlaten van een gekende vorm van bestaan).  Hoewel hier en daar ludiek, had ook dit uitgangspunt ruimte kunnen bieden voor diepgaandere reflecties (een combinatie van beide behoort tot het genie van slechts weinige auteurs).

Ik blijf op mijn honger zitten totdusver, en begin het me te beklagen dat ik geen gehoor gaf aan mijn eerste impuls om het werk van Virginia Woolf, James Joyce of Canetti in mijn reiskoffer op te nemen.

Maar goed, ik heb vijf boeken mee, van de drie resterende zijn  er twee die ik tot absolute zekerheden kan rekenen (Margueritte Duras en Alejandro Zamba). Dus neem ik het derde ‘risicoboek’ bij de hand. En van bij de eerste pagina’s van dat boek weet ik het al: dit is een werk dat onlosmakelijk zal kleven aan de plek waarop ik het gelezen heb.

...maar daarover meer in de volgende blogpost ;-)

 

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

06-08-14

Geachte mijnheer M. (Herman Koch) ***

Geachte mijnheer K.,
Beste Herman,

Ik zal het maar bij aanvang toegeven: ik ben zo een lezer die met groeiende bewondering uw oeuvre verorber, zelfs uw laatste twee als hoogtepunten uit de Nederlandstalige literatuur aanschouw, maar vanuit een voor mij onbegrijpelijke vorm van leedvermaak afwacht of u aan de gespannen verwachtingen kan voldoen, of u genadeloos in de vergeetput der ooit beloftevolle maar per slot van rekening voor de geschreven letterkunst irrelevant gebleken auteurs zou tuimelen.

Mijn leedvermaak zal moeten wachten. U heeft alweer een krachtig, verrassend en uiterst intrigerend werk geleverd. De plaats die ik in mezelf had vrijgehouden voor geconsumeerd leedvermaak wordt nu gevuld met toegevoegde bewondering, en, eerlijk gezegd, ik ben er gelukkig om.

Uw stijl is nagenoeg vlekkeloos, daar is iedereen het intussen mee eens. Hier en daar komen zelfs nieuwigheden aan bod. De wisselende perspectieven geven u de ruimte om de verhaallijn te herbeginnen alsof de lezer nog van niets wist –niet nieuw qua effect, maar u gebruikt het treffelijk subtiel. Ook het beginnen in briefvorm vond ik geslaagd (het is wachten tot u eens een volledige roman kan vullen met enkel brieven, zoals bijvoorbeeld Montherland deed, maar ik verveel u wellicht met dergelijke voorstellen).

koch,herman,geachte,mijnheer,nederlands,literatuur,kritiekHet verhaal is minstens even spannend als uw vorige boek, Zomerhuis met Zwembad. U weet een feitelijk banaal incident tot een verheven geheel te weven, een schare aan mensenlevens bijeen te breien tot een ontwerp waarvan de hals de lezer lijkt te gaan verstikken, totdat een ultieme ontknoping hem verlost uit de grip van het verhaal waarin u hem pagina’s lang in meegesleurd heeft.

Vergeeft u me mijn ijdele grootsprakerigheid bij het beschrijven van de impact die uw laatste roman op mij heeft gehad, het is slechts een onhandige poging om mijn bewondering te verwoorden. 

U heeft er een fan bij, en het potentieel aan leedvermaak waarmee ik uw laatste boek aanving, laat ik vanaf heden achterwege om plaats te maken voor de blijde verwachting van uw volgende werk.

En, mochten de kritieken vanuit de hoek der leraren alsook de schrijversgilde aan uw auteursgemoed knagen, wat ik betwijfel, maar soit, weet dan dat ik als aspirant leerkracht en (vooralsnog) mislukt schrijver alvast geen bezwaar kan uiten over de manier waarop u deze beschrijft. Ik had al zeker niet het gevoel dat uw stellingen (of deze van de personages uit uw boek) als universeel moeten gelden. Dergelijk schrijver bent u niet. Ironie en sarcasme blijven uw handelsmerk, en het is in dit geval niet geheel ontdaan van zelfkritiek. Ik geniet er alvast mateloos van.

Uw genegen lezer.
F.

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

29-07-14

De Republiek (Joost De Vries) ***

joost,vries,republiek,lezen,literatuur,nederlands,modern,hedendaags“Er is niet zo heel veel wat he kunt inbrengen tegen een man als Josip Brik.”

Bij aanvang van de roman voel je het al: hier gaat iets bijzonders gebeuren. Niet dat de openingszin zo opzienbarend is, maar het opent alleszins talrijke deuren, deuren die Joost De Vries in een fraaie, feilloze stijl opent, betreed en weer toeslaat met een slimme nonchalance. 

Al deze deuren leiden onvermijdelijk naar eenzelfde kamer, waar het hoofdpersonage, Frieso, zijn identiteit, zijn persoonlijkheid lijkt te gaan verliezen –of ontdubbelen? Het mysteriespel heeft soms wat weg van Paul Auster (de openingsscène met de telefoon bij aanvang van zijn New Yorkse trilogie), al lijkt hij zichzelf niet in dezelfde mate au sérieux te nemen, zie de hilarische passage over naziporno of de verschillende strekkingen in de Hitlerstudie.

Toegegeven, de figuur van Brink, die lichamelijk afwezig is (hij is dood) maar overal aanwezig lijkt, werkt af een toe op de zenuwen. Het effect is na een tijdje uitgewerkt. Soms lijkt de roman ook verstrikt te raken in de kronkelingen van de naar waanzin neigende hoofdpersoon –niet geheel onlogisch overigens, maar het resultaat is soms wazig.  Niettemin, de zijpaden die De Vries bewandelt zijn zo smakelijk dat dit euvel makkelijk vergeven wordt.

Een groot stilist alleszins, en een zeer clevere schrijver om te blijven volgen...

P123 “Toen we Brik vertelden dat we uit elkaar gingen,  had hij het over zijn eigen mislukte huwelijk gehad; hij was te jong getrouwd, dat voorop, maar toen hij carrière maakte was hij haar liefde uit het oog verloren, in zijn hoofd bestond ze als object, een eiland, of een muur waar je planken aan kon hangen, iets vanzelfsprekends dat thuis op hem zat te wachten, niet een persoonlijkheid waar je adjectieven voor kon zetten.”

P146  “Ik had wat te drinken nodig om bij te komen van de chaos van mijn verbeelding. En wat te eten. Of wat geld, iets om te kopen, iets om tot rust te komen en weer aan te sluiten bij die duizenden en duizenden mensen hier in de stad die zich langzaam richting kerst consumeerden.”

P190 “De druppel en de emmer; alles wat sinds Briks onhandige hoteldood is gebeurd was realistisch genoeg, maar het realisme neemt nu te snel toe, naar een overdadige, hysterische hoeveelheid. Precies wat hij niet wil. Het is de opeenstapeling van plausibele gebeurtenissen die diezelfde plausibiliteit tegenspreekt. De logica ondermijnt zichzelf.”

joost,vries,republiek,lezen,literatuur,nederlands,modern,hedendaags 

 

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

25-07-14

Bonsai (Alejandro Zambra) ***

voorplat-Bonsai-187x300.jpgDit is niet zozeer een roman, eerder een beleving. Of eerder: het is zozeer een beleving dat het een roman wordt.

Neen, deze zin komt niet uit Zambra’s roman “Bonsai”, al had het evengoed gekund. Zambra speelt graag met dergelijke gedachtesprongen, maar hij is er zo goed als meester in geworden. Weef dit gegeven in een eigentijds, intriest maar nooit banaal verhaal, waarin het hoofdpersonage een roman schrijft die “Bonsai” gaat heten, en je bekomt onvermijdelijk een intrigerend en vermakelijk stuk literatuur. Zambra is duidelijk niet voor niets een ster van de moderne Chileense –en, hopelijk, internationale-schrijversgemeenschap…

In volgende passage waarin het hoofdpersonage leert over het houden van Bonsais, zit misschien wel het hele liefdesverhaal vervat… :

“’De keuze van de juiste pot voor een boom is bijna een kunst op zich’, denkt en herhaalt hij, tot hij er zich van overtuigt dat er, dat daarin, een essentiële boodschap zit. Hij schaamt zich op dat moment voor Bonsai, zijn geïmproviseerde roman, zijn onnodige roman, wiens personage niet, helemaal niet, weet dat de keuze van een pot een kunstvorm op zich is, dat een bonsai geen bonsaiboompje is omdat het woord al het levende element omvat.” (p78)

Laat het geen twijfel lijden: dit gaat over het leven zelf…

Maartje Wortel verwoordt het heel mooi in haar nawoord:

“… we hebben hier met literatuur te maken: alle woorden die we zullen lezen zijn aannames, wat we te lezen krijgen staat niet vast, het is evengoed waar als onwaar. 

Wederom: wat een knappe ontdekking van de jonge uitgeverij Karaat. Valeria Luiselli  was een revelatie, en ook deze Zambra is uitmuntend vertaald en vormgegeven. Al blijft het mij een mysterie waarom het ook oude reuzen als Pavese en Fitzgerald uitgeeft, het verdere werk van Zambra –alsmede Evelio Rosero- staat op mijn bestellijstje, en ik kijk met alle plezier uit naar de andere uitgaven van de uitgeverij.

zambra.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, cultuur, Liefde, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

09-07-14

Maartse Kamers (Y.M. Dangre)

Dit is het tweede boek dat ik lees uit de lijst van ‘meest veelbelovende jonge Nederlandstalige schrijftalenten’, en het blijft inderdaad veelbelovend talent genereren, die lijst.

Wie me ooit had gezegd dat ik me zou laten vertederen door een verhaal over een tachtigjarige homokoppel, zou ik wellicht openlijk hebben uitgelachen. Niet meer. Dangre’s zorgvuldig geconstrueerd verhaal van dat koppel beklijft vanaf de eerste pagina’s. En het ‘grote geheim’ van een van hen, dat hij zacht, bijna onopvallend, in zijn verhaal verweeft, bijna fluistert hij het, inspireert tot grondige zelfreflecties over ons eigen verborgene, ons eigen falen in het leven dat we voor onszelf trachten op te bouwen, de waarden die we ons toeeigenen en zo makkelijk kunnen worden omgebogen dat het werkelijk een strijd wordt om ze te bewaren, een levensmissie. Nooit mis als resultaat van het lezen van een roman.

“Het verschil tussen jeugd en ouderdom is niet de hoeveelheid aan geluk, maar de mate waarin je je over dat geluk schaamt” (p202)

Entrer des mots clefsToch treffend hoe de jonge garde van schrijvers zo’n volwassen thema’s tot een schitterend einde weten te volbrengen. In zekere zin verdenk ik hen ervan een vorm van maatschappijkritiek te formuleren op de wereld van de ‘volwassenen’, zonder dat als bedoeling te hebben, enkel als resultaat van hun gemeenschappelijke oeuvre. Misschien wishful thinking van mijn kant. Elke generatie heeft haar revolutie nodig, haar uitbraken of verteren van de vorige. Dat denk ik toch.

Maar ik laat me wellicht gaan in goedkope nostalgie. Deze generatie heeft niets revolutionairs op zich, ze zet niet aan tot protest of drastische omwenteling van wat dan ook. Ze observeert enkel. Maar doet dit uiterst verfrissend, uiterst diepgaand, uiterst pakkend. Tenminste, te oordelen naar het werk van Van Vossen en Dangre. Even wachten of de rest dit kan bevestigen.

(PS tja, ik kan het niet laten: heel jammer van de foeilelijke cover van dit boek… slaat volstrekt nergens op, en het is sowieso een slechte keuze om zwarte letters op een dieprode achtergrond te gebruiken. Erg jammer voor een ervaren uitgeverij als De Bezige Bij, misschien waren ze bij deze net een beetje te bezig… met andere dingen…)

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

Stern (Thomas Heerma Van Voss) ***

Geprikkeld door de lijst van 10 meest beloftevolle Nederlandstalige schrijvers, voorgedragen door Herman Brusselmans, beslis ik er een aantal uit te lezen. Niet dat de man’s mening mij dermate ontzag inboezemt dat ik zijn advies als een plicht aanzie, verre van. Maar hij zal op gebied van hedendaagse Nederlandse literatuur alleszins meer belezen zijn dan ik, en ik ben nu eenmaal van het nieuwsgierig type.

Totnogtoe heeft zijn advies mij overigens niet teleurgesteld. 

De eerste die ik uit de lijst neem is Thomas Heerman Van Voss’ “Stern”, een prachtig portret van een man met een kinderwens die, wanneer deze niet blijkt te kunnen uitkomen, een kind adopteert, maar zijn relatie tot dat kind zodanig gecrispeerdaanpakt dat hij langzamerhand volledig de grip op zijn eigen leven verliest. Feitelijk een soort studie van de val in de grote leegte van het bestaan, en de lezer wordt in zijn ontdekking van het personage beurtelings meegetrokken in gevoelens van medelijden, afgrijzen en onbegrip.

Entrer des mots clefsDe grote leegte zit er overigens van in het begin al in, wanneer het hoofdpersonnage het ‘grote avontuur’ van zijn leven tegemoetgaat en een jaar in Londen gaat wonen op zijn achttiende. De grote ‘initiatiereis’ die in de boeken van Hesse zo een centrale rol speelt, verwordt hier tot een miezerige mislukking, die echter door de manier waarop Van Voss het uitspeelt van grote hilarische waarde wordt voorzien, en uiteindelijk een sleutelmoment vormt in het verhaal.

Vergelijk hem een beetje met “Stoner” van John Williams, weliswaar met minder maturiteit geschreven (kan ook moeilijk anders), maar even troosteloos mooi geportretteerd. 

P99 “Het enige drama in zijn leven is dat het drama uitbleef”

P206: “Alsof er bij hem ook maar enig explosiegevaar had ingezeten. Hooguit implosiegevaar, maar daar kan niemand iets tegen doen, geen dokter, geen vriend, geen kind.

Meer van dat !

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

29-06-14

Drama op de jacht (Anton Tsjechov) ****

Van Tsjechov had ik tot op heden nooit iets gelezen, wellicht door de slechte ervaring die ik had bij het bekijken van een van zijn toneelwerken, ‘drie zusters’ of zoiets, wellicht de enige keer dat ik een theater tenmidden van een voorstelling heb verlaten.

Niettemin stond zijn ‘Drama op de jacht’ al geruime tijd op mijn leeslijstje. Een ‘Russisch detectiveverhaal’, het klinkt veelbelovend, geef toe. En ik was zeker niet teleurgesteld, hoewel het verhaal een beetje onterecht al seen detectiveverhaal wordt bestempeld (maar daar ben ik er niet voor aan begonnen). Het speurwerk begint feitelijk pas in het allerlaatste deel, en speelt slechts een ondergeschikt belang in het geheel. De ‘verrassende wending’ van het verhaal kan overigens voor de aandachtige lezer makkelijk worden voorspeld.

Maar wat voorafgaat is zonder meer indrukwekkend. De personages worden subtiel maar uitzonderlijk scherp getypeerd, de relaties ertussen verraden een maatschappijkritische blik die makkelijk de vergelijking met Oscar Wilde kan doorstaan. Vooral de adel moet het ontgelden, hoewel de krankzinnigheid en lafheid van de andere personages een weinig flatterend beeld schept van het Russische volk.

En zoals in zoveel Russische meesterwerken speelt alcohol een aparte rol, alsof het een personage op zich was. Met hilarische taferelen als gevolg. Tsjechov is weliswaar noch de eerste noch de enige die dit gegeven gebruikt om de irrationele ziel van de Russen bloot te leggen, maar het levert bij hem alleszins hoogstaande literatuur op.

Het meest intrigerende personage is misschien wel de butler van het hoofdpersonage, die steeds met zijn neus in de boeken zit en het niet nalaat zijn meester en diens vriend de graaf openlijk te bekritiseren. Aan het begin van de roman probeert hij zelfs zijn meester te verhinderen op de uitnodiging van de graaf in te gaan, alsof hij voorvoelde tot welke neerwaartse spiral van verderf en zoned dit zou leiden.

Visionair en satirisch. Een bijzonder sterke combinatie…

Entrer des mots clefs

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

14-06-14

De gewichtlozen (Valeria Luiselli) ****

Een verticaal verhaal, horizontaal geschreven”…

Gedreven door de nagenoeg unanieme lofzangen die Valeria Luiselli te beurt vallen, ben ik op mijn beurt gevallen. Neem dit laatste maar letterlijk. Valerie swingt! Haar taalgebruik en haar verhaallijn zijn rechtstreeks gekopieerd uit de beste jazz-composities, een soort Boris Vian in het moderne kwadraat, en vaak doet ze hierbij denken aan strip-auteurs bij het befaamde Franse L’association, zoals de Candadese Julie Poucet (bijvoorbeeld het feit dat haar man af en toe in het boek rechtstreeks intervenieert en commentaar geeft op wat ze net geschreven heeft).

Ze citeert in een adem zowel Walter Benjamin als Appolinaire. Haar eruditie smeert ze zacht over de zachte, soms nostalgische toonaard van haar schrijven.

Ze blijft niettemin een ‘lost soul’, daar heeft ze tenslotte de leeftijd voor:

Ik vond het fijn met een meubel over straat te lopen. Het is iets wat ik al een tijdje niet meer heb gedaan. Maar wanneer ik het deed, voelde het alsof ik een persoon was met een doel” (p29)

Valeria heeft echter filosofie gestudeerd, en ook dat laat ze regelmatig voelen, zonder ooit pedant te worden: 

Entrer des mots clefsDe vezel van de fictie begint aan de werkelijkheid te tornen en niet vice-versa, zoals dat zou moeten zijn. Geen van de twee dingen is offerbaar. De enige remedie, de enige manier om beide zijden van een verhaal te redden is één gordijn neerlaten en een ander omhoogtrekken: de jaloezieën omlaag laten om je hemd te kunnen opknopen: een verhaal uit een archief schrappen en een nieuw plot in een ander verhaal weven.” (p 79)

Deze opmerking is treffend voor wat ze met “De gewichtlozen” verwezenlijkt heeft. Het verhaal is rechtlijnig, maar kent duizenden vertakkingen. Het boek is een octopus, evenwijdig aan de gedachtestroom van de mens. Een verticaal verhaal, horizontaal verteld…

“Toen ik in vreemde bedden sliep, sliep ik altijd heel vast en stond s’ochtends vroeg op. Ik kleedde me snel aan, stal het een of ander –vooral handdoeken die lekker roken, of witte overhemden- en ging met een goed humeur de straat op. Ik kocht een kop koffie on the go, een krant, en zocht een openbaar plekje waar ik vol in het zonlicht ging zitten lezen. Het was precies dat waarvan ik genoot bij het in vreemde bedden slapen: vroeg wakker worden, me de deur uit haasten, een echte krant kopen en in de zon gaan zitten lezen.

Entrer des mots clefsIn dezelfde adem heb ik haar eerste boek gelezen, “Valse papieren”. Zo mogelijk nog verticaler dan het eerste, nog horizontaler verteld (doet me trouwens sterk denken aan de ‘verticale poëzie’ van Roberto Juarroz). Nog iets te gretig in vergelijking met haar tweede boek, ze is in “Valse papieren” nog net iets te nadrukkelijk op zoek naar hoe haar eruditie een maximaal effect kan hebben.

Op een vrije, paradoxale manier is anonimiteit een karaktertrek van afwezigheid: het is de afwezigheid van karaktertrekken”.

 

 

 

Alleszins knap allemaal, bijzonder intrigerend en veelbelovend voor een “jong aanstormend talent uit Mexico”.

Voor mij ook een eerste ontmoeting met de –relatief- nieuwe uitgeverij Karaat, die blijkbaar nog meer aanstormend talent herbergt. Mijn leeslijst breidt uit, mijn vrije tijd jammer genoeg niet…

Valeria, consider me a fan!

Entrer des mots clefs

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

31-05-14

Top 10 aanstormende (Nederlandstalige) schrijftalenten

Niet dat ik het werk van Brusselmans zo waardeer, hoewel ik me zeer goed herinner dat zijn 'De man die werk vond' mij in mijn studentenjaren heeft aangezet tot menige schrijfsels, hij was overigens niet de enige, maar zeker diegene die mij had aangetoond dat humor kon gebruikt worden als een stijl, als manier van zijn dat in het schrijverschap mocht gebruikt worden, als troef worden uitgespeeld, dat het een noodzakelijk ingrediënt kon zijn eerder dan een makkelijk opsmukje. Natuurlijk was hij niet de eerste die het uitprobeerde, noch de beste in zijn genre, maar hij was de eerste in die zin waar ik mee in aanraking kwam. Daarom, en enkel daarom, belangrijk voor mij.

Ik heb nog andere werken van hem gelezen, maar ben snel afgeknapt. Niet mijn ding. Ik blijf hem niettemin respectvol bejegenen omwille van dat eerste boek. Maar hier ben ik niet geheel eerlijk: mijn respect voor de man heeft een diepe deuk gekregen op het programma van (denk ik) Lieven Van Gils, waar hij zijn nieuwe boek kwam voorstellen over zijn lijdensweg na het afknappen van zijn relatie. Probleem was dat zijn relaas net na een gesprek kwam met Rudi Vranckx, die met tranen in de ogen kwam getuigen over het (èchte) leed van kinderen in oorlogsgebied. Brusselmans zielige zelfkwelling kwam volstrekt ongepast vlak erna. Was ik Herman, ik had gezwegen. Of had me tenminste diep geschaamd.

Maar goed, enkel Herman is Herman, en wellicht heeft hij hierin geen ongelijk. Hij kan logisch gezien ook niet anders.

Zijn meningen over litteratuur, al volg ik ze niet blindelings, blijf ik niettemin koesteren. Vandaar mijn interesse in zijn bijdrage aan de keuze van de 10 aanstormende schrijftalenten.

Persoonlijk heb ik alleszins vier ervan op mijn verlanglijstje gezet:

  • Thomas Heerma Van Voss
  • Yannick Dangre
  • Maartje Wortel
  • Joost Devries

Op Bol of Amazon zie ik nog maar weinig feedback op deze schrijvers, dus als je ze gelezen hebt en er een mening over hebt, geef hier je commentaar voordat ik de boeken bestel ;-)

 

Gepost door Frederic De Meyer in literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

24-05-14

Het feest van de bok (Mario Vargas Llosa) ****

In de radiogesprekken van Fried’l Lesage met bekendheden mogen deze op het eind van het programma een boek aanraden aan een andere bekendheid. Ik weet niet of het tekenend was voor de ambitie van Patrick Janssens (toen geloof ik nog burgemeester van de grootste stad van Vlaanderen) om een boek voor te dragen aan president Obama, maar zijn advies mocht er best wezen. “Het boek over macht en het misbruik ervan moet de man die de machtigste job in de wereld ambieert, gelezen hebben”.

 

Het betrof ‘Het feest van de bok’, volgens velen het beste boek van Mario Vargas Llosa, van wie ik onlangs tevens ‘Het ongrijpbare meisje’ heb gelezen.

 

Toegegeven: de stijl is weergaloos, met zijn  steeds wisselende perspectieven (dat is niet nieuw), soms zelfs in dezelfde zin (dit wel); het verhaal is boeiend van begin tot einde (het is altijd oppassen als er in een recensie wordt gesproken over ‘een schokkende onthulling aan het einde van de roman’, maar bij deze is de opmerking geheel terecht); de diepgang telt talloze lagen maar is nooit vingerwijzend of moraliserend, wel integendeel: het spel van de machtswellust wordt er als een evidentie opgebouwd, als een aaneenschakeling van daden en gebeurtenissen die bijna los staan van de protagonisten.

 

De macht wordt in zekere zin opgedrongen aan dictator Trujillo, die er weliswaar de aangename kanten van proeft, maar zich nooit kan verlossen van de slechte nasmaak die zijn rol hem lijkt te geven (“Maar regeren heeft een smerige kant, (…). Weest u dankbaar dat ik u heb toegestaan de andere kant op te kijken, zich aan het goede te wijden.”). Misschien is dat wel wat dictators gemeen hebben: die zelfopgelegde rol van verlosser, de ridicule gedachte zich op te offeren van een hoger goed. Wellicht kunnen ze enkel op die manier enigzins leven met de wandaden die ze begaan. Maar in die zin oordeelt het Llosa nooit. Het boek is een getuigenis, geen betoog.

 

De vrouw die het verleden van haar vader, die voor de dictator werkte, reconstrueert vormt voor Llosa een mooie gelegenheid om te mijmeren over geheugen, de mechanismen van het zich herinneren. Het levert mooie litteraire passages op (“Ze is steeds weer gefascineerd door die vreemde kronkelingen van het geheugen, de gebieden die het blootlegt als gevolg van mysterieuze prikkels, van onverwachte associaties”).

 

Een groot boek!

 

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

01-05-14

Een leven in boeken (Fried'l Lesage) **

Voor de luisteraars van Radio1 zal het programma ondertussen tot het collectieve geheugen gaan behoren: ‘Een leven in boeken’ van Fried’l Lesage. Diepgaand, vaak met nostalgie bespekt en soms de intieme uithoeken van haar gasten verkennend, met de zondagse gesprekken van Fried’l kon men als gezuiverd de laatste dag van het weekend aanvangen.

Niet dat ik ze allemaal heb beluisterd. Met drie kleine bengels aan tafel die om croissants en chocokoeken vechten is het niet eenvoudig de rustige gesprekken duidelijk te capteren, laat staan in zich op te nemen. Wel herinner ik me levendig flarden gesprekken met Kris Peeters, Guy Verhofstad en Karel De Gucht. Gek overigens, dat het vooral de gesprekken met politici zijn die me bijblijven. Van welke politieke overtuiging dan ook, het weze duidelijk.

Wanneer dus een boek uitkwam over het programma kon ik de gelegenheid moeilijk aan me voorbij laten gaan. Al was het maar om nog eens na te gaan wat Peeters over Dostojevski vertelde. Ik herinner me levendig dat ik het grondig oneens was met zijn analyse. Maar daar komt al een eerste tekortkoming van het boek naar boven: nergens een inhoudstafel te bespeuren. Dat maakt het wat onhandig als naslagwerk, vooral daar de structuur niet meteen vatbaar is voor enige logica (de 2 pagina overzichten met de literatuurlijst van haar gesprekspartners staan in veel gevallen kris-kras doorheen het boek, soms echter direct na het interview).

Wat me echter vooral opvalt is dat de ‘toon’ van de gesprekken niet bovenkomt in de geprinte versie ervan. Het waren juist de toon, de aarzelingen, het pijnigende denken, de trillingen in de stem, die de hele sfeer van het programma schetsten, die de gesprekken al hun diepgang gaven. Hoewel geprobeerd wordt bij de aanvang van elk hoofdstuk een algemeen sfeerbeeld te schetsen van het gesprek, mis je die sfeer in de geschreven tekst. De beleving ontbreekt, en daarmee ook de intensiteit.

Niettemin biedt het boek wat aardige extra’s. Op het einde van elk gesprek raden de gasten steeds een boek aan voor iemand anders. In het boek komt hierop af en toe een wederwoord van diegene aan wie de boodschap geadresseerd was. Zeker het antwoord van Annelies Beck op het boek dat Lieven Verstraeten haar aanraadt (‘Het beleg van Lissabon’, van Saramago), of het antwoord van Jean-Luc Dehaene op het boek dat Karel Van Miert hem aanbiedt (‘De botanica van het verlangen’ van Michael Pollan) vormen extra’s die het boek echt waardevol maken.

Geen boek om in een ruk uit te lezen, maar eerder om te doorbladeren en de mijmeringen waartoe het uitnodigt rustig de vrije loop te laten. Een echt hebbedingetje voor bibliofielen dus…

boeken,literatuur,friedl,lesage,miert,dehaene,verstraete,beck

 

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (1) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

26-04-14

Uit mijn jeugdjaren (Maxime Gorki) **

“Het huis van grootvader was, als door een verstikkende damp, gevuld door de haat die ieder de andere toedroeg.”

Over ‘setting the scene’ gesproken… het kan tellen. Wat volgt is dan ook een relaas van een armoedige jeugd, gevuld met slagen, vechten, vetes en achterbaksheden allerhande, fertiele voedingsbron voor zoveel stukken briljante literatuur uit begin van vorige eeuw, om het even uit welk land of werelddeel. Op literair vlak ben ik fervent bewonderaar van deze periode, waar de sociale contrasten zoveel scherper waren, waar de maatschappelijke veranderingen die erna zouden volgen in fascinerende verhalen in al hun prilheid, geleidelijk, een vastere vorm kregen.

Maar kunnen Gorki’s herinneringen als briljant gelden? Niet meteen, naar mijn mening. Daar is zijn taal te weinig kleurrijk voor, of niet sober genoeg. Zijn stijl bengelt er ergens tussenin, en mist daardoor aan kracht en impact. Inhoudelijk is het zeker een mooie getuigenis van zijn tijd, maar het beschrijft een wereld die zoveel sterker werd verwoord door de (andere) Russische literaire Meesters.

Ik was al lang benieuwd naar het werk van Gorki, dat ik met deze herinneringen pas ontdek. Wat mij betreft nodigt het niet meteen uit tot het verder uitdiepen van zijn werk, alleszins niet voordat ik alle andere rijkdommen uit de Russische literatuur heb verkend.

Maar de foto van Gorki en Tolstoj bij hun eerste (en denk ik enige?) ontmoeting in 1900 blijft alleszins aan de muur achter mijn bureau hangen. De wat wazige maar indringende blik van Tolstoj, terwijl Gorki met een klare, zij het afwezige (teleurgestelde?) blik iets tegen hem zegt, blijft me mateloos intrigeren…

Entrer des mots clefs

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

15-02-14

Het fantoom van Alexander Wolf (Gajto Gazdanov) ****

Ongelofelijk dat deze Russische auteur zo lang in de vergeethoek is gebleven. Gazdanov kan nochtans makkelijk de vergelijking met Albert Camus doorstaan (een vergelijking die niet geheel van de pot gerukt is, beide hadden een speciale bewondering voor Dostojevski’s ‘Boze Geesten’ en het werk van Lev Sjestov). Net als Camus is Gazdanov een van de eerste echt moderne schrijvers, bij wie de reflectie over de staat van de mens boven op zijn acties primeert. Niet dat het verhaal niets te bieden heeft, wel integendeel.

Heel kort: een jonge man schiet tijdens de Russische revolutie aan het front een man neer en gaat ervandoor met zijn paard. De gebeurtenis blijft hem zijn leven lang achtervolgen, tot hij op een dag een boek leest waarin dezelfde gebeurtenis exact wordt weergegeven.

Wat volgt is een mooie analyse van universele thema’s als schuld, de waarde (en het nut) van een leven, de macht die mensen over andere mensen uitoefenen, en (anders dan bij Camus) het ontdekken van ware gevoelens… Dit alles beschreven in een loepzuivere, bedwelmende maar nooit overdadige stijl:

(p32) “Het was toeval dat mijn persoonlijke leven had bepaald, en als mij gevraagd zou zijn wat beter was geweest –toen gedood te worden of gespaard te blijven voor het leven dat mij wachtte, ben ik er niet zeker van of het zinnig was geweest voor het tweede te kiezen.”

(p37) “Ik was als een man die altijd wordt aangetrokken door de afgrond, maar die leeft in een land waar geen bergen en steile hellingen zijn, maar slechts de gelijkmatige uitgestrektheid van grote vlakten.”

(p 145) [over het besef van iemand te hebben gedood, en de unieke ‘kennis’ of macht die eruit voortkomt] “Vanaf het moment dat ik dit weet, wordt de wereld voor mij anders en kan ik niet leven als die anderen, die niet over deze macht beschikken, noch over dit begrip of over het besef van de ongewone broosheid van alles, of over de ijzige en constante nabijheid van de dood.”

 

Een echte ontdekking, ik ga onmiddellijk op zoek naar meer van Gazdanov.

9200000010539339.jpg

 

 

 

 

 

 

 

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

30-01-14

The Signal and the Noise -the art and science of prediction (Nate Silver) ****

 “Dit boek gaat niet over wat we weten, maar over het verschil tussen wat we weten en wat we denken te weten”, schrijft Nate Silver in zijn besluit. Hij had het niet treffender kunnen stellen. Ons brein is een merkwaardig instrument dat, wanneer het erop aankomt om onze toekomst te ‘voorspellen’ (of eerder: in te schatten), merkwaardig veel technieken heeft om ons om de tuin te leiden. Deze technieken helpen ons weliswaar om te ‘overleven’ (wel, de primitieve wij dan), maar vallen schaamtelijk in gebreke wanneer we voorspellingen doen. Zo hebben we bijvoorbeeld de kwalijke gewoonte risico’s die moeilijk te meten zijn, ronduit te negeren, of om het ‘onwaarschijnlijke’ te verwarren met het ‘onmogelijke’.

De oplossing? Statistiek. Volgens Nate Silver althans. Niet dat statistiek alles kan voorspellen (‘Alle statistische modellen zijn fout, maar sommige zijn nuttig’), maar het geeft ons alleszins een juister beeld van de mogelijkheden van de toekomst (of, zo je wil, de mogelijke toekomsten).

In elk van de hoofdstukken past Nate Silver deze gedachte toe op een specifiek domein, gaande van de financiële crisis van 2008, het voorspellen van de Amerikaanse verkiezingen (zijn specialiteit), het voorspellen van het weer, epidemieën, aardbevingen, economische groei en klimaatsveranderingen, tot meer concrete toepassingen zoals het gebruik van statistiek in poker en in de mogelijkheid om de beurs systematische te kloppen (wat statistische gezien niet mogelijk is, aldus zijn conclusie).

Allemaal razend boeiend, en er blijven zeker een aantal  conclusies nazinderen. Zo stijgt de (statistische) onzekerheid met de mate waarin het systeem dat we analyseren meer dynamisch en niet-lineair is (zoals met het weer), of wanneer de begindata niet precies genoeg is (zoals met economische voorspellingen). Tevens moeten we oppassen dat we statistische modellen niet ‘overfitten’ (aanpassen aan de data die voorhanden is)., zoals we met het voorspellen van aardbevingen doen. En soms, heel soms, kunnen statistische modellen in een bepaald systeem tevens toepassing vinden in een ander, zoals wanneer we de ‘power law’-distributie die we voor aardbevingen gebruiken gaan toepassen op de mogelijkheid van terroristische aanslagen (en die tot de conclusie leidt dat de kans –hoewel klein- groter wordt dat we een aanslag zullen meemaken die veel groter zal zijn dan 9/11).

De kerngedachte doorheen het gebruik van statistiek in al deze domeinen, is de formule van Bayes. Voor de geïnteresseerden, die ziet er ongeveer als volgt uit:

[xy] / [xy + z(1-x)]

Waarbij

X = de eerste inschatting van de mogelijkheid van een gebeurtenis.

Y = de ‘positieve’ mogelijkheid (de kans van een gebeurtenis zonder rekening te houden met x)

Z = de ‘negatieve’ mogelijkheid (de kans dat een gebeurtenis niet voorvalt).

Geloof het of niet, maar met deze formule kun je de kans berekenen dat je vrouw je bedriegt… De kernwaarde in de formule van Bayes is namelijk de ‘x’, de inschatting die je zelf maakt over de mogelijkheid van een gebeurtenis. Dit impliceert dat je met het opdoen van ervaring veel juistere voorspellingen zal kunnen doen  (als je vrouw je al veelvuldig heeft bedrogen zal de ‘x’ naar nagenoeg 100 stijgen, en dus de totale mogelijkheid ook).

Merkwaardig genoeg is het een gedachte die op nagenoeg alle gebieden betrekking heeft, hoewel de voorspellingen die eruit voortvloeien een heel andere waarde (en juistheid) kunnen hebben. De wereld is niet geheel voorspelbaar, maar met het juiste gebruik van statistiek is hij een heel klein beetje voorspelbaarder, wat in heel wat domeinen een cruciaal verschil kan uitmaken.

Fascinerende lectuur…

 

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

10-01-14

Tegen verkiezingen (David Van Reybrouck) ****

Het vertrekpunt van dit essay is eenvoudig vatbaar. Er bestaan 2 criteria voor ‘macht’ (of eerder: ‘machtsuitoefening’): efficiëntie en legitimiteit. De meeste zelfverklaarde ‘democratieën’ vertoeven op beide gebieden in crisis. Verkozen machtshebbers worden niet meer gezien als garant voor een efficiënte(re) samenleving, en in de meeste gevallen wordt zelfs de grondslag van hun beslissingen regelmatig in vraag gesteld. Resultaat? Steeds minder mensen gaan stemmen (of, als ze dit moeten doen, brengen ze in toenemende mate een foertstem uit), en het stemvolk wordt in bijna voorspelbare mate wispelturiger in haar keuzes.

Dit is wat Van Reybrouck het ‘Democratisch vermoeidheidssyndroom’ noemt. En deze vermoeidheid komt eerst en vooral voort uit het feit dat we ‘democratie’ algemeen verwarren, of vereenzelvigen, met ‘verkiezingen’. (vandaar de arrogantie met dewelke we ‘verkiezingen’ opleggen aan naties die het Westen net heeft ‘gered’, met alle gevolgen vandien)

Nochtans zijn verkiezingen –zeker in relatie tot democratie- een relatief nieuw begrip in de geschiedenis. Wat we algemeen als de bakermat van onze democratie noemen –het Athene van de Griekse hoogdagen- was in wezen grotendeels op loting gebaseerd. Weliswaar een loting bij een kleine bevolkingsgroep, maar het had alleszins zijn voordelen. Zo was de ‘macht’ van beslissingnemers beperkt in tijd, waardoor ze minder geneigd waren ‘populaire’ beslissingen te nemen, en meer oog hadden voor de impact op langere termijn.

Wat de meesten onder ons wellicht niet wisten is dat dit systeem van ‘loting’ doorheen de geschiedenis de norm was in de democratische machtsuitoefening. In de XIII en XIVe eeuw hadden de stadstaten Venetië en Firenze bijvoorbeeld een –weliswaar compleet verschillend- systeem van loting om maatschappelijke beslissingen te nemen, in een zeer verfijnde wisselwerking met een systeem van verkiezingen.

Straffer nog: talrijke invloedrijke filosofen als Montesquieu en Rousseau waarschuwden ervoor dat het systeem van ‘verkiezingen’ feitelijk enkel de aristocratische elite te goede kwam. Rousseau noemde het de ‘Aristocratie élective’.

Het mag vreemd lijken dat er na de revoluties in de Verenigde Staten en Frankrijk geen sprake meer was van enige vorm van ‘loting’ in de nieuwe constituties van deze landen. In plaats daarvan stelden ze een representatie van het volk door een verkozen groep van ‘wijzen’ naar voren. Daar hadden de wetmakers een eigen reden voor die zich nogal makkelijk laat raden (wat konden zij er aan winnen?), maar het leidt tot een nogal bevreemdende conclusie: het is nooit het doel geweest om verkiezingen te gebruiken als democratisch instrument!

Hoe herwinnen we dan onze ‘democratie’? Verwelkom de ‘participatieve democratie’, waar het volk wordt uitgenodigd om rechtstreeks deel te nemen aan maatschappelijke beslissingen. Vreemd genoeg gebeurt dit reeds meer dan we misschien denken. In Texas (above all places!) werd een vorm van participatieve democratie toegepast om beslissingen te nemen over investeringen in windenergie; in Japan voor beslissingen over het pensioenstelsel, en in Ijsland voor het samenstellen van een nieuwe grondwet. Om maar enkele voorbeelden te noemen.

Ideaal is het niet, maar het is beter dan wat we tegenwoordig zo maar als ‘democratisch’ aannemen. Een meer gesofisticeerd systeem van ‘participatieve democratie’ zou –volgens Van Reybrouck- zich kunnen laten inspireren door het voorstel van Bouricius, een redelijk omslachtige vorm van volksinmenging in maatschappelijke beslissingen, maar die het ontegensprekelijke voordeel zou hebben om ‘zelflerend’ en evolutief te zijn (in tegenstelling tot ons rigide verkiezingssysteem van nu).

Conclusie? Vergis je niet: Van Reybrouck zegt niet dat we onze huidige verkiezingssysteem overboord moeten gooien en vervangen door een ‘loting-democratie’ (in die zin is de titel van het werk wat misleidend). Maar beide kunnen op verschillende manieren naast en met elkaar leven, en zouden ons veel dichter brengen naar een efficiënte, representatieve democratie.  Het grote voordeel van loting tegenover verkiezingen is tenslotte dat (dixit) ‘loting niet irrationeel is, het is arationeel’.

 

 

Of je het er nu met hem eens bent of niet (ik wel), wat zeker is is dat Van Reybrouck de stiel van het schrijven van essays tot een –moderne- kunst heeft verheven. ‘Tegen verkiezingen’ is een toonbeeld van hoe een gebalanceerd beeld kan samengaan met een uitgesproken mening. Een moeilijke evenwichtoefening, maar des te interessanter om te lezen. En zeker een waardevol uitgangspunt voor verdere discussie...

 

vdi9789023474593.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, Algemeen, literatuur | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

31-12-13

Op het nachtkastje

... ik weet wat me te doen staat in komende dagen (wel, weken)... ;-)

een aangenaam lectuurjaar gewenst voor iedereen !

books 2014.jpg

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

20-12-13

Mens erger je (Walter Zinzen) *

Ik zeg het van meet af aan: ik heb een enorme bewondering voor Walter Zinzen. Deze aandoening heb ik hoofdzakelijk opgevat wanneer hij jarenlang Terzake presenteerde. Ik kan me zo inbeelden dat het voor elke politicus, of menig andere persoon in bezit van een zwijm van mening, een nachtmerrie moet geweest zijn om uitgenodigd te worden op Terzake in de jaren 90. Laat staan er dan nog Walter Zinzen te treffen. De scherpte van de vragen, het doordrammen wanneer nodig (of eerder: wanneer mijnheer Zinzen het nodig achtte), de constante zoektocht die hij ondernam naar de leemte, hoe klein dan ook, in om het even welke gedachtegang, het beestje in de vacht, de luis in de pels, hij vond ze allemaal met een elegant ogende nonchalance, door met om het even welke gesprekspartner op gelijke voet te gaan staan, een gesprek “onder gelijken” , zij het meestal niet gelijkgezinden, met schroomloos plezier aanvattend. Niet dat hij er een eigen ideologie op nahield. Tenminste, indien hij zulks had toonde hij die niet. Sossen, tchjeeven, liberalen en andere marginalen maalde hij met evenveel enthousiasme door de molen van zijn kritische geest. En hij genoot er nog duidelijk van ook.

Een voorbeeld voor de VRT journalisten, en ik meen te mogen stellen dat je zijn stempel nog steeds terugvind in de houding van èlke lichting Terzake-journalisten na Zinzen. Maar bon, ik ben geen kenner, slechts kijker.

Dus wanneer de man na enkele jaren pensioen zich nog eens de moeite getroost om ons zijn mening kenbaar te maken, moet elk zichzelf respecterende kritische geest daar toch gelukkig om zijn, niet?

Niet zo haastig, beste medemens. In zijn –zelfgenaamde- pamflet ‘Mens erger je’ fulmineert Walter inderdaad als vanouds op alles wat fout zit in het politieke bestel van ons kleine landje. Zijn begin en eindconclusie is dat we dit landje nauwelijks een democratie mogen noemen. Argumenten te over, ook zonder Zinzen te hebben gelezen, zou ik zo denken. Hij slaat vele punten, ‘aces’ zelfs, in dit betoog, zonder enige twijfel. Ook vergelijkingen met waar het beter gaat elders in de wereld laat hij niet na mee te geven, al boort hij deze voorbeelden op ‘Zinzeniaanse’ manier meteen ook maar de grond in. Ach ja, waarom ook niet, lijkt hij te denken. Een normaal functionerend persoon, laat staan dat hij er bovenop een mengeling herbergt van scepticisme en  positivisme, zoals ik, zou er bijkans moedeloos van worden. En terecht.

Niettemin, een sprankeltje hoop hier en daar zou wonderen verrichten. Uiteindelijk mag ‘ergernis’ niet (enkel) gaan om het duiden van zaken die haaks lopen, maar mag het wat mij betreft uitmonden op een voortdurende zoektocht naar hoe het beter kan, naar welke kant het uit zou moeten gaan, in plaats van steeds naar de afgrond te wijzen. We hebben eerder nood ¨nieuwe ideeën, misschien zelfs een nieuwe ideologie, een nieuw streefdoel voor de mensheid, hoe onrealistisch dan ook… ‘La lutte est d’autant plus belle lorse qu’elle est inutile’ (Rostand)… zoiets…

 

De mens Zinzen ergert zich, en wat mij betreft is deze ergernis zeker gedeeld. Wat ik echter niet deel is het ophouden van de zoektocht naar verbetering… Maar Walter, ik blijf je graag zien…

zinzen.jpg

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

24-11-13

Memoires (Wilfried Martens) ***

Ik hoor nu reeds mijn vrienden schaterlachen. Ik een boek lezen over een CVP’er? 900 pagina’s over grijze muis Wilfried Martens dan nog wel??? Heb ik me dan laten vangen aan het modeverschijnsel dat Martens voor even is geworden na zijn plotse dood onlangs?

Feit is, Martens stond nagenoeg onafgebroken aan de leiding van ons land van mijn 11e tot mijn 24e levensjaar. Mijn ‘politieke bewustwording’ ontstond dus op een zekere manier onder zijn gesternte. Neem daarbij dat er in de jaren 80 naar ik mij meen te herinneren ontwikkelingen hebben plaatsgehad die nu nog steeds van invloed zijn, meer was niet nodig om mij ertoe te bewegen een exemplaar mee te nemen uit de bergen waar Lannoo sinds de dood van Martens de boekenwinkels mee overspoelde.

En, ik zal het maar meteen meegeven: het vormt werkelijk boeiende lectuur!

Over zijn jeugd en hoe deze een impact heeft gehad op zijn leven is Wilfried behoorlijk kort. Sowieso is doorheen het boek relatief weinig psychologisch inzicht te bekennen, maar dat stoort niet echt, de feiten zijn interessant genoeg.

Het begint feitelijk pas boeiend te worden met zijn speech als jongerenvoorzitter van de christendemocraten op de Ijzerbedevaart in 1958. Deze speech zou in de huidige context nogal radicaal overkomen –zelfs de NVA zou mee verbloemde termen gebruiken voor grosso modo dezelfde boodschap. Maar in Martens’ ogen was het ook broodnodig om harde taal te gebruiken. Wat op het spel stond was namelijk ‘het verdwijnen van het Vlaamse volk’ (dixit!).

Wat later, in een speech uit 1960, betoogt hij een visie over een nieuw federaal model voor België, waarin tevens reeds de contouren van de huidige problemen van ons federale bestel scherp worden gesteld –vooral de financiering van Brussel trekt hier, gezien de huidige context, nogal de aandacht (voor Martens zou Brussel onder ‘tutêle’ van de federale regering komen te staan).

Het beeld dat uit deze jonge Martens tevoorschijn komt is er een van een radicaal, zelfs in zekere mate van een progressist en een revolutionair. Tja, wie had gedacht dat ik ooit zoiets zou schrijven… Maar ook: Martens komt er uit als een man van één enkel idee, een visie over het federalisme dat hij met hart en ziel er door zal drukken. Hoewel dit niet volledig terecht is: begin jaren 70 ontpopt Wilfried zich zelfs als een groene jongen ‘avant la lettre’, vijf jaar voor het ontstaan van een groene partij in België!

Maar het wordt pas echt interessant wanneer Martens voor het eerst Eerste Minister wordt in 1979. De gebeurtenissen van zijn tijd als premier, de commentaren die hij geeft over zijn beslissingen uit die tijd, en de inzichten die hij eruit gepuurd heeft, vormen ontegensprekelijk elementen om de huidige Belgische toestand beter te begrijpen. Zo had ik steeds de indruk dat de ontsporingen van de Belgische publieke financiën onder zijn bewind vorm kregen. Volgens hemzelf vond de oorzaak veel eerder plaats. Zo verhoogde de regering in volle oliecrisis het gewicht van olie in de indexkorf, waardoor de lonen, die toen reeds geïndexeerd werden met de inflatie, in enkele luttele jaren met 35% stegen. De gevolgen hiervan dragen we nog steeds…

De passages over de devaluatie van 1982, de plaatsing van de raketten en de abortuswet lezen als ware politieke thrillers. Ok, ik overdrijf misschien, maar slechts een beetje. Maar ‘what goes up, …’, onvermijdelijk voelen we reeds de val komen. De held die van zijn aambeeld wordt gestoten, in de tragische gebeurtenissen van 1991-1992. Achtergelaten door vriend en vijand, opgeofferd aan de partijlogica. Vreemd is wel dat hij sommige protagonisten van zijn val bij naam noemt, terwijl hij over de rol van anderen (hoewel hij ze noemt) opmerkelijk vaag blijft. Vooral over de rol van Jean-Luc Dehaene, in wie hij sinds zijn begindagen een loyale en ongelofelijk belangrijke bondgenoot  vond, blijft een beetje hangen in een soort van diplomatische ‘flou artistique’. Pudeur, wellicht…

Het derde hoofdstuk (we zitten al over pagina 700) behandelt zijn jaren in Europa, als fractieleider in het Europees parlement en als voorzitter van de EVP, de Europese Volkspartij. Maar vreemd -en spijtig- genoeg beperkt Martens zich in de beschrijving van deze periode tot het functioneren van zijn Europese partij. Verwacht geen grote visies over internationale gebeurtenissen en evoluties. Wel interessant is zijn mening dat Europa nood heeft aan een groot project dat alle landen (en alle stromingen erin) terug op een lijn zouden krijgen, zoals de Euro bijvoorbeeld was. Wat dat groot project dan kan zijn, laat hij echter in het midden.

Het laatste hoofdstuk is eerder een samenraapsel van meningen en herinneringen. Niet allen even interessant, eerlijk gezegd. Wel interessant –in de huidige context zeker- is zijn analyse dat enkel de volmachten die zijn regering begin 1981 kreeg de saneringen van begin jaren 80 hebben mogelijk gemaakt. Tevens komen ontroerende passages over zijn (gehandicapte) zoon –wiens ziekte hij echter nergens vermeld, pudeur alweer- en over Koning Boudewijn, met wie hij toch een uitzonderlijke band moet hebben gehad.

De laatste woorden uit zijn memoires zijn enkel en alleen gewijd aan de toekomst van zijn Europese Volkspartij, terwijl dit juist de plek had moeten zijn om een brede maatschappelijke visie uit de doeken te doen, desnoods een filosofisch gemijmer over politiek en staatsmanschap. Maar het typeert de man wel, net als de rest van zijn mémoires: Martens was een man van één opdracht, in de nauwe zin van het woord. Maar die nauwheid hielp hem wel om grootse veranderingen teweeg te brengen…

 

Hm, toch razend boeiend allemaal, en het heeft me zelfs benieuwd gemaakt naar de memoires van die andere CVP coryfee Jean-Luc Dehaene. Mijn vrienden zullen lachen…

9200000021550431.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in Actualiteit, Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

25-10-13

Eten met Emma (Herman Koch) **

Het is ondertussen het vierde werk dat ik lees van Herman Koch, in weliswaar willekeurige volgorde. Zijn werk verveelt echter niet. De uitgangspunten blijven origineel, de opbouw van zijn boeken vaak verrassend zonder sensatiebelust te zijn, en zijn stijl is eenvoudig, zuiver en zonder franjes. De heerlijk cynische kantjes van Koch komen ook in dit oudere werk reeds sterk bovendrijven.

“Eten met Emma” vertelt het ‘liefdesverhaal’ van een naar Barcelona geëmigreerde schrijver, die verliefd wordt op het liefje van zijn tachtigjarige vader wanneer die bij hem op bezoek komen. Nu goed, een liefdesverhaal dat er feitelijk geen is. Het knooppunt komt echter wanneer dat liefje een best-seller schrijft over haar reis naar Barcelona, tot grote frustratie en jaloesie van de onsuccesvolle auteur.

 

Toegegeven, dit uitgangspunt is filterdun. Niettemin weeft Koch hier een heel onderhoudend verhaal rond, al moet ik toegeven dat wanneer ik de vier romans die ik totnogtoe gelezen heb van Koch in chronologische volgorde plaats, het zijn recentere werk is dat uitblinkt, waar zijn meesterschap van het vertellen het beste tot zijn recht komt. Het is wachten tot er weer wat nieuws van hem verschijnt…

1001004006847286.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in Algemeen, cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (1) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

13-10-13

Hersenschimmen (J. Bernlef) ****

Het begrip ‘aangrijpend’ wordt mijn inziens maar al te gretig gebruikt om een werk te beschrijven. Natuurlijk, ik zou zelf wel een tiental boeken kunnen opsommen die deze stempel zouden verdienen. Maar mocht ik het slechts op één boek mogen toepassen, dan ongetwijfeld deze ‘Hersenschimmen’ van Bernlef.

Dit komt niet alleen door het thema. Het langzaam verliezen van zijn identiteit, het krampachtig vasthouden aan het gekende verleden om de onzekere toekomst draaglijker te maken, het zijn thema’s die ook in ander werk terug te vinden is (met Maalouf’s ‘Les échelles du levant’ als meest treffende voorbeeld), soms zelfs in een even indringende, dwingend eenvoudige stijl als dat van Bernlef. Maar het unieke van dit boek is het zichtpunt van de verteller: de man zelf die zijn geheugen aan het kwijtraken is. De angst, de verwarring, het langzaam en onoverkomelijke optrekken van de muur van vergeten, en de ontzettende eenzaamheid en leegte waarmee het binnen die muren vertoeven is, het kost Bernlef nagenoeg geen enkele moeite de lezer mee te nemen in dit ondraaglijke verval.

Bloedmooi, ijzingwekkend en, jawel, aangrijpend.

(p59) “Om iets te zien moet je eerst iets kunnen herkennen. Zonder herinnering kun je alleen maar kijken. Den glijdt de wereld spoorloos door je heen.”

(p80, hij heeft het over ‘bussen’ waar koffie vroeger in verkocht werd) “Soms [] wanneer je je vertrouwde merk niet meer kunt krijgen en je een andere bus hebt gekocht, zie je die bus in het begin niet staan.  De herinnering aan de vertrouwde bus maakt de andere bus onzichtbaar.”

 

Het is het eerste werk van Bernlef dat ik lees, mijn ‘wish-list’ is bij deze weer dik aangespekt…

1001004010970827.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur | Permalink | Commentaren (1) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

02-10-13

Odessa Star (Herman Koch) ***

Ik ben Herman Koch een beetje in omgekeerde volgorde aan het ontdekken. Net als de meerderheid van fervente litteratuurliefhebbers ben ik met het fantastische ‘Het Diner’ begonnen, om vol spanning te vervolgen met het  intrigerende ‘Zomerhuis met zwembad’, eveneens de moeite. Maar ik was benieuwd om even in zijn ‘oudere’ werk te pluizen, uit nieuwsgierigheid om een bepaalde evolutie te ontwaren, of misschien een bepaald patroon dat hij steevast zou hanteren en waarin hij doorheen zijn werk naar een nog niet nader gekend hoogtepunt zou streven.

Als start van mijn ontdekkingsreis door Koch’s oeuvre ben ik ‘Odessa star’ gaan lezen. Zonder enige vorm of begin van teleurstelling om s’mans talent.

Koch brengt in ‘Odessa star’ een personage in beeld dat hunkert naar een zin in het leven, naar een geruststelling als zou alles goed komen nu na het bereiken van een bepaalde leeftijd alles schijnt leeg te lopen. Maar, typisch Koch, in plaats van zelf actie te ondernemen om aan dit onvermijdelijk lot te ontkomen, verkiest de verteller om de oplossing voor zijn kwellingen uit te besteden. Makkelijkheid zo eigen aan onze zeitgeist. In die zin vormt het boek een beklijvende maatschappijkritiek, en feitelijk een kritische reflectie van onszelf: zouden we niet allen willen dat onze dagdagelijkse problemen op zo’n manier kunnen worden opgelost? Zeker wel.

Ook op gebied van stijl blijft Koch een voltreffer (zelfs in retrospectieve volgorde). Bijtend, grappig, cynisch, zonder ooit in platitudes te vervallen. Een tweetal voorbeelden:

(p104) “Even dacht ik dat Christine de hete koffie in mijn gezicht zou gooien. Iets in mezelf had er ook geen enkel bezwaar tegen om hete koffie in mijn gezicht te krijgen. Na het gooien van hete koffie worden etentjes doorgaans snel afgebeld.”

(p115) “De hond spitste zijn oren en hield zijn kop scheef, zoals honden doen wanneer je hun naam in één keer goed hebt, terwijl in de blik van mevrouw De Bilde vooral ontzetting te lezen was, alsof ik met het noemen van de naam van haar hond een grens had overschreven. Wanneer ik haar ergens zou hebben aangeraakt waar zij al honderd jaar niet meer was aangeraakt, zou zij net zo gekeken hebben, dacht ik, en kon een huivering niet onderdrukken. Ik had in ieder geval beider onverdeelde aandacht.”

 

Herman Koch gebruikt een vrij unieke mengeling van verfijndheid en botheid, een elegante vorm van cynisme. Ik blijf vooralsnog een grote fan.

1001004006174361.jpg 

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

29-09-13

Joe Speedboot (Tommy Wieringa) *

Ook ik laat me in de keuze van boeken soms beïnvloeden door de mening van een mij onbekend publiek. De reacties op Wieringa’s ‘Joe Speedboot’ op de website van online retailers, alsook enkele hier en daar bijeengesprokkelde meningen, wekten alleszins mijn nieuwsgierigheid voor het boek. Volgende keer zal ik wat meer onderzoek moeten verrichten vrees ik.

Het verhaal zelf heeft niet veel om handen, al bij al is het ook redelijk bij de haren getrokken en kan het nergens echt overtuigen. Voor een korte inhoud verwijs ik best naar de officiële inleiding van het boek op BOL, daarmee weet je al voldoende over het verhaal, behalve dat het tergend vlak en inspiratieloos is.

Wat mij echter nog het meeste tegen de borst stoot is het taalgebruik van Wieringa, die hier en daar door zogenaamde critici zelfs als ‘taalvirtuoos’ wordt afgeschilderd. Welwel… niet dat ik zo’n kenner ben, maar neem bijvoorbeeld deze zin op pagina 86:

“Omdat hij de gewoonte had zijn snor te lotioneren en nu door Regina werd aangekleed als een tropische dandy, was hij in Lomark een wat typisch anachronisme dat verdwaald leek in een verkeerd werelddeel.”

Er valt veel over deze zin te zeggen, maar niet dat hij steek houdt. Wat moet ik me bijvoorbeeld voorstellen bij een ‘typisch’ anachronisme, laat staan bij een ‘atypische’? Kan een anachronisme verdwalen? Ten aanzien van wat ligt een werelddeel precies verkeerd? Een anachronisme heeft naar mijn weten overigens te maken met elementen die bij een bepaalde tijd behoren, naar een andere tijd over te hevelen, kan het feit dat er iemand raar aangekleed is dan een anachronisme zijn? Of komt zijn anachronistische eigenheid voort uit het feit dat hij zijn snor lotioneerde?

Of wat dacht u van deze volstrekt luchtledige zin: “In de oogkassen van Regina Ratzinger smeulde een aanklacht tegen een wereld waarin mensen verliezen waar ze het meest van houden.” (p 159)

Nog een? Hier lijkt de auteur zichzelf te verstrikken in de kronkels van zijn eigen verwarring: “De smaken hadden meer te maken met kleur dan met fruit, want ze waren allemaal even zoet en romig, met een kalkachtige afdronk.” (dus ze zijn meer kleurig dan fruitig omdat er zoet zijn?)

Nog een om het af te leren: “Ik keek naar hem vanuit een soort innerlijke verte, en zag iets dat ik nog nooit eerder had gezien bij iemand die ik verslagen had: vernedering.”

Nu goed, deze tekst wordt verkocht als ‘wordingsroman’ (hoe heet het in andere talen? ‘Roman initiatique’, ‘Bildungsroman’, en in het Engels? Iemand?). Dit feit op zich zou moeten aangeven dat het gericht is tot (aanstaande) pubers, mensen in een bepaalde fase van hun ontwikkeling waarvan vermoed wordt dat ze inspiratie of troost zouden kunnen halen uit verhalen van personages die ‘zoals hen’ zijn, of denken, of worden. Goed, daar heb ik misschien de leeftijd noch het geduld meer voor. Maar een wordingsroman schrijven betekent niet automatisch dat men puberaal hoeft te schrijven. De ‘zinloosheid van het bestaan’ is door anderen veel beter en leesbaarder beschreven. De drift naar het vinden van een ‘zin’ voor ‘het alles’, misschien nog beter of sterker. Dat dit in goede litteraire vorm kan worden gegoten, bewijst zonder twijfel de ultieme wordingsroman ‘Narziss & Goldmund’ van Herman Hesse, gezien dit werk wel aanduidt met welke keuzes elkeen van ons vroeg of laat zal worden geconfronteerd, en welke gevolgen onze daden onomkeerbaar met zich meebrengen.

 

De leegheid die wordt aangevoeld door een generatie beschrijven door een lege roman te gaan schrijven, is al te makkelijk. Het blijft leegte.

1001004010981538.jpg

Gepost door Frederic De Meyer | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us

17-09-13

De intrede van Christus in Brussel (Dimitri Verhulst) ****

De aangekondigde komst van Christus in Brussel biedt Dimitri Verhulst alweer een uitstekende kans om te fulmineren tegen de alomtegenwoordige bekrompenheid van een volk, tegen het schaapachtig volgen van de blinde massa dat ons allen zo eigen is, zelfs al menen we van niet, kortom tegen de menselijke aard. Deze bijtende maatschappijkritiek giet hij dan nog eens in een uiterst trefzekere, wervelende stijl,  gehuld in een droge, intense humor:

“Vervolgens boog de nieuwslezer zich over een pas binnengelopen bericht, een lugubere ontdekking in het klooster van Kortrijk, waar de nonnen zich gezamenlijk hadden opgeknoopt aan de balken van de zoldering. Je zag het beeld zo voor je: al die wiebelende zwarte rokken met daar pril ontbindende nonnen in, bungelend aan het plafond. Je kreeg inmiddels goesting om zo’n tafereel te schilderen. Stilleven met dode nonnen.”

 

Ik vermoed dat het niet iedereen kan bekoren, en versta volop waarom, maar wat mij betreft is dit een Verhulst ‘grand cru’ !

 

1001004011528597.jpg

Gepost door Frederic De Meyer in cultuur, literatuur, Vrije tijd | Permalink | Commentaren (0) | |  Facebook | | | | Pin it! | |  del.icio.us